Wilko Sterke: 'Van techniek naar magie'

Hij is een theaterdier dat zegt zich tussen verschillende universums te bewegen. Met zijn liedjes brengt hij een sfeer over, maar schetst geen compleet verhaal. Hij vindt muziek een fantastisch middel om mensen met elkaar te verbinden. Zijn  geestelijk  vader was zijn oom Maarten van Rozendaal. Hij leert door het leven te leven en ontwikkelt zijn muzikaliteit door te musiceren. Hij noemt zichzelf 'muziektheatermaker', is gezellig en sociaal, heeft humor en kijkt je met een paar bruine, warme ogen aan. 
 
 
Wilko Sterke (Heilo, 1985) wist van jongs af aan dat er van hem verwacht werd iets van zijn leven te maken. In het veilige gezin waar hij samen met zijn zusje Janne opgroeide kreeg hij alle kansen. "Als er al issues zijn die uit mijn jeugd voortkomen, dan zijn die te wijten aan het feit dat het thuis te beschermd en te goed was", zegt Wilko. "Ik heb echt hele lieve ouders en het zijn ook ook slimmerds. De druk die ik voelde om te presteren werd mij niet op een agressieve manier opgelegd. 
 
Op de basisschool blonk hij uit door zijn leerprestaties. Wilko sloeg een klas over. Welke impact dat op hem had? Wilko: "Ik weet niet hoe adequaat mijn geheugen is want ik ben iemand met nogal veel fantasie. Ik herinner me dat ik een brilletje op had, joggingbroeken droeg, van lezen hield en slimmer was dan de rest. Ik was niet stoer". Wilko werd gepest. ”Ik was een nerd en hoorde niet bij de populaire kinderen”, zegt hij. 
 
Op de middelbare school was Wilko sterk op zoek naar zijn identiteit. Na een korte 'gabberperiode' kwam hij via de muziek in aanraking met jongens die elke zondag op een zolderkamertje muziek maakten. "Dat waren mensen die ik vertrouwde en waar ik bij wilde horen", vertelt hij. Wilko speelde saxofoon, maar een saxofonist was niet waar de groep naar op zoek was. Wilko: "Zij zaten om een pianist verlegen. Daarom ging ik als een malle piano oefenen op mijn keyboard thuis". Met zijn nieuwe vrienden vormde Wilko de coverband 'Bob en de Blue Band'. Tot voorbij zijn middelbare schooltijd trok Wilko met ze op. "Jammer genoeg zie ik ze nu niet zo vaak meer, maar ze komen nog steeds zo af en toe kijken", zegt hij over hen. 
 
Terwijl Wilko voelde dat de muziek 'aan hem trok', koos hij toch voor de studie psychologie. Wilko: "Ik had wel auditie gedaan bij de rockacademie, maar was niet aangenomen. Ook een beetje onder druk van mijn ouders ging ik studeren. Ik ben daar best wel blij mee want ik heb in die tijd heel veel leuke mensen ontmoet die nog steeds mijn vrienden zijn". En over de inhoud van zijn studie zegt Wilko: "Ik vind de wetenschapskant van psychologie ook nu nog heel leuk en interessant". Dat hij niet direct vol voor de muziek ging, komt volgens Wilko doordat hij op dat moment nog niet zag hoe hij met muziek ooit zijn geld zou kunnen verdienen. "Toen ik eenmaal daar mijn kansen zag heb ik die vol overtuiging gepakt". 
 
Tijdens een deel van zijn studie woonde Wilko een periode in een kraakpand in Amsterdam. Hij noemt dat nu zijn 'wilde periode': "Het begon heel vrolijk, als een groot vrijheidsfeest, maar het werd steeds donkerder". Wilko legt uit: "Ik wilde ontsnappen aan prestatiedruk die op mijn schouders lag. Ik zette me daar toen erg tegen af". Wilko leefde deze tijd in een soort Hippie-cultuur, feestte, blowde en experimenteerde met psychodelische drugs. Wat deze 'wilde periode' hem gebracht heeft? "Het heeft mijn hoofd opengebroken. Ik ben er vrijer door gaan denken. Ik schrik sindsdien niet meer snel van situaties omdat ik best veel rare dingen heb meegemaakt". Wilko vervolgt: "Het heeft me ook realistischer gemaakt. Ik kwam met een soort idealisme, met wereldverbeterende, grote ideeën dat kraakpand  binnen. De wereld, de maatschappij, het kapitalisme, dat was in mijn ogen allemaal niet goed. Wij zouden daar een nieuwe samenleving opbouwen. Daar ben ik heel erg van terug gekomen. Ik ontdekte dat het zo niet werkt. Je moet je toch verbinden aan deze maatschappij om uiteindelijk iets te kunnen veranderen". "En", zegt hij, "zo'n levensstijl is op den duur natuurlijk ook niet vol te houden". 
 
 
Met de band Souldiers waar Wilko in het kraakpand dagelijks mee repeteerde en wekelijks mee optrad maakte hij kennis met het fenomeen populariteit. "We speelden in Paradiso, toerden door Amerika en werden de huisband van de Wereld Draait Door. Dat succes voelde goed, dat gaf een kick. Dat was waar ik dacht naar op zoek te zijn. Maar echt bevredigend was het toch niet".
 
Als Wilko terugkijkt op de voorliggende periodes in zijn leven, waarin hij zich onderscheidde maar ook sterk aansluiting zocht, zegt hij: "De denker des vaderlands, René Gude zei in '24 uur met'dat iedereen twee paarden voor de koets heeft lopen waarvan hij zelf de koetsier is. Het ene paard wil uniek zijn, het andere wil bij een groep horen. Die twee emoties ervaar ik allebei ook heel sterk".
 
Over hoe zijn oom Maarten van Rozendaal hem inspireerde vertelt Wilko: "Hij was mijn mentor, mijn artistieke vader. Ik kwam wekelijks bij hem en hij kwam altijd bij mij kijken. In het begin, toen ik nog heel jong was keek hij vaak naar mijn teksten en praatten we daarover. Op een gegeven moment zei hij: je moet het zelf uitzoeken, daar ga ik me niet mee bemoeien. Vanaf toen lieten we dat los en was hij meer mijn levensinspirator". Maarten nam Wilko een seizoen mee op tour. "Hij toonde me hoe het vak in elkaar zat. Hoe belangrijk het is dat technisch alles voor elkaar is. Maar vooral hoe je vol energie een podium oploopt en gul het publiek wat komt geven. Zonder remmingen, zonder schaamte, vol overgave. Zijn instelling was niet: ik hoop dat ze me leuk vinden, maar: ik kom wat brengen. Maarten noemde dat 'een gebeurtenis creëren'. Hij vond dat hij even reuring in de tent moest brengen, mensen raken en door de war schudden". Of dat is wat Wilko ook nastreeft? "Ik vind dat ook fijn, maar ik heb een heel ander stijl, heb niet zijn stem. Ik mis bij het zingen zijn volle geluid. Maar als ik saxofoon speel heb ik die ervaring wel". 
 
Toen Wilko zijn Bachelordiploma in zijn zak had koos hij definitief voor de muziek. Zijn CV laat een indrukwekkende lijst van projecten zien waar hij aan meewerkte. Bij de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie volgde hij series muzieklessen en in de Verenigde Staten studeerde hij enkele maanden muziektheorie, compositie en productietechnieken. Wilko: "Dat is een belangrijke periode geweest, waarin ik mijn artistieke vorming heb gehad". 
 
Tegenwoordig geeft Wilko zelf wekelijks vier uur muziekles aan de studenten van de kleinkunstacademie. Over zijn werk als docent zegt hij: "Ik vind het leuk om studenten bewust te laten worden van wat muziek is, ze te laten ontdekken hoe groot de invloed is op het publiek. Muziek is magie, maar heeft een heel technische bodem. Als je de wiskundige kant van muziek begrijpt kun je magische dingen bereiken, ermee spelen, emoties bij je publiek oproepen. Het werken met studenten noemt Wilko 'te gek', maar: "Ik vind het ook zwaar in combinatie met het touren. Na een avondvoorstelling moet ik er wel weer om 9 uur 's ochtends zijn". Als voordeel ziet Wilko de structuur die het werk hem biedt, "en een vast inkomen". 
 
 
Sinds zeven jaar maakt Wilko deel uit van muziektheatergezelschap 'Circus Treurdier'. Het afgelopen seizoen liet hij verstek gaan bij de productie 'Spektakel X', omdat hij met Thijs Maas werkte aan de voorstelling 'Goldmund'. Wilko: "Dat was best een heftige beslissing omdat ik vanaf het begin bij Treurdier betrokken ben. Het was wel goed om een keer niet mee te doen, want het is een heel intense samenwerking met vijf mensen die altijd het uiterste van elkaar vergen. We maakten op een gegeven moment drie voorstellingen per jaar. Ook inhoudelijk gezien was het goed om er even tussenuit te stappen. Treurdier ging een spektakel maken dat over de actualiteit ging. Ik wilde op dat moment geen spektakel, maar juist klein. Ik wilde iets heel pretentieus maken dat echt als mijn wereld voelde". Hoe Wilko 'Spektakel X' van Circus Treurdier uiteindelijk vond? "Ze hebben het fantastisch gedaan. Het is heel goed gelukt. Bij de volgende productie ga ik gewoon weer mee doen".
 
Aan de Orkatervoorstelling 'Goldmund' werkten Wilko en Thijs Maas ruim een half jaar voor het op de planken kwam. Ze baseerden deze muziektheatervoorstelling op hun beider lievelingsroman 'Narziss en Goldmund' van Herman Hesse, waarin de denker en filosoof Narziss een levenslange vriendschap sluit met de kunstzinnige Goldmund, die zijn lessen leert door zich hartstochtelijk in alle facetten van het leven te storten. Wilko en Thijs identificeerden zich ieder met één van de twee tegenstrijdige hoofdpersonen. Wilko: "Ik kreeg dat boek toen ik een jaar of achttien was van mijn vader, waarschijnlijk om mij een beetje richting te geven. Ik zat altijd wel in identiteitscrisissen en voelde me aangesproken door de Goldmund-figuur. Ik dacht: die kunstenaarskant wil ik meemaken. Dat leven trok me heel erg". Het aantrekkelijke van de twee hoofdpersonages is volgens Wilko dat zij beiden 'compromisloos hun eigen weg gaan'. Wilko: "Wij hebben zelf altijd tussen die twee uitersten gebalanceerd. We hebben bij het maken van deze voorstelling onszelf gedwongen om dat niet te doen en te ontdekken hoe compromisloos we zelf konden zijn. We zijn daar allebei een stuk in gegroeid en dat was heel leuk". 
 
Heeft het de vriendschap niet geschaad? Wilko: "Nee, integendeel, die is alleen maar sterker geworden. Volgens mij is het in relaties een volledige illusie dat de ander hetzelfde moet zijn als jij. Het is veel waardevoller om iemand naast je te hebben die fundamenteel anders is".
 
 
In de voorstelling 'Goldmund' komt veel dans voor. Was dat een nieuwe ervaring? Wilko: "Ja, dat was waanzinnig. We zijn veel op de vloer met de dansers, maar hebben zelf geen dans ingestudeerd. Zij klimmen in mij terwijl ik tekst heb of muziek maak. We duwen ze weg of we balanceren op elkaar. Dat was in het begin vooral heel erg eng en onhandig. Ik ben bijna twee meter en heb niet zoveel met dat lijf. Maar ondanks dat hadden we de overtuiging: we moeten dit doen, we kunnen niet meer terug. We zijn allebei gestopt met roken en ik ben gaan hardlopen. We hadden afgesproken geen concessies te doen. We hebben er een belangrijk project van gemaakt waardoor dat soort beslissingen heel gemakkelijk waren". 
 
Wilko zegt dat Goldmund tweemaal een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn leven. Eerst was er het boek en nu luidde de voorstelling een ommekeer in. Wilko: "Er is een vóór en een ná Goldmund, het is voor mij een doorbraakproject geweest. De voorstelling is goed ontvangen, al werden er wel een paar kanttekeningen geplaatst. Sommige mensen vinden het echt te abstract of te pretentieus, terwijl anderen er heel veel mee kunnen. Orkater is gelukkig heel blij. En Golmund is genomineerd voor de 'BNG Bank Nieuwe Theatermakersprijs'. We hebben goede hoop dat we nog een voorstelling mogen maken". 
 
Hoe de kruising van absurdisme en actualiteit van Treurdier zich verhoudt tot het esthetische danstheater van Goldmund, beantwoordt Wilko met: "Dat is een beetje lastig, shit, ik weet dat niet zo goed. Met Goldmund proberen we een soort concentratie en rust te creëren binnen alle hectiek. Als ik zelf iets ga maken komt er iets uit zoals ik nu met Thijs heb gedaan. Mijn eigen liedjes zijn serieus, die gaan over het heelal, over esoterische dingen en zijn en elk geval niet ironisch. Een voorstelling van Treurdier zit juist heel erg vol met knipogen. Maar zij menen het ook heel serieus. Wat er gecommuniceerd wordt is net zo waar als wat we met Goldmund proberen over te brengen, alleen de vorm is anders. Ik zie altijd een beeld voor me dat ik met verschillende groepen in verschillende universumpjes werk". 
 
Treurdier is naast theatervoorstellingen sinds kort ook op Internet te vinden als 'Treurteevee'. Aan de eerste twee afleveringen hebben de theatermakers en filmcrew gratis gewerkt. Ze werden gesteund door de VPRO. Wilko: "We willen een heel seizoen maken van acht afleveringen. Het is nu aan de netmanagers of Treurteevee uitgezonden mag worden en we dus verder kunnen". Wilko heeft voor Treurteevee de muziek gemaakt. "Dat is wat ik tot nu toe het meest heb gedaan en waar ik het verst mee ben", zegt hij. Hoe hij de overstap naar televisie ervaart? "Televisie is weer iets heel nieuws. Maar omdat we het met dezelfde theatermensen doen voelt het wel als hetzelfde universum als Circus Treurdier. Ik vond het heel erg tof en het is best lekker dat het resultaat blijvend is. Met theater moet je de voorstelling elke avond opnieuw doen". Een ander voordeel is volgens Wilko dat 'je nog preciezer kunt werken': "Als je de beelden vijf keer hebt teruggezien kun je nog besluiten dat er ergens een noot tussen moet komen. Je kunt het helemaal perfectioneren". Wilko: "Wat heel gek is, is dat je je helemaal geen controle hebt over de omstandigheden waaronder mensen kijken. Het liefste zou ik erop Facebook bijzetten: ga nu op je bank zitten, zet je koptelefoon op, doe de gordijnen dicht! Nu zit waarschijnlijk iemand met een pizza in zijn bed terwijl hij een gesprek aan het voeren is met een half oog Treurteevee te kijken". "Dat mag ook natuurlijk", zegt Wilko, "maar als je echt als kijker eruit wil halen wat erin zit, dan moet je je even goed concentreren en niet luisteren op je computerboxjes". 
 
 
Wat zoekt Wilko bij Het Nieuwe Lied? Wilko lacht: "Dat is ook een vorm om me uit te drukken. Ik heb voor mezelf altijd wel liedjes geschreven. Die zijn wat persoonlijker en passen niet in projecten". Wilko vertelt dat hij zingen 'altijd een beetje lastig' vond. "Dat is gewoon niet mijn eerste talent", zegt hij, "maar het gaat wel steeds beter". "Sinds vijf jaar is Het Nieuwe Lied het plekje waar ik me met eigen liedjes kan uitleven", vertelt hij. "Het is echt een experimenteerhoekje buiten mijn andere werkzaamheden". "Maar ik neem het wel heel serieus, hoor", voegt hij eraan toe. "Ik heb er heel veel van geleerd. In de verte zie ik een cd'tje opdoemen dat ik in mijn eigen studiootje wil opnemen, met elf of twaalf liedjes". 
 
Schreef Wilko eerst kleinkunstliedjes, die hij 'aardse liedjes' noemt, nu zegt hij vooral geïnteresseerd te zijn in 'de abstracte dingen daarboven'. Zijn 'aardse' liedjes maakte hij 'om Maarten na te doen of om in die traditie ook iets te willen schrijven'. "Maar dit voelt nu veel grappiger", zegt hij. Maakt hij een ontwikkeling door zoals Mondriaan die eerst bomen schilderde maar geleidelijk een abstract kunstenaar werd? Wilko: "Ja, precies, zo'n gevoel heb ik nu een beetje. Met als resultaat dat heel veel mensen me niet begrijpen en het misschien heel raar vinden. Maar het past op dit moment wel bij me". 
 
Als Wilko achter zijn piano aan het componeren is, probeert hij vooral een gevoel dat hij heeft weer te geven. Dat lukt soms door heel technische keuzes te maken, een andere keer op basis van intuïtie. "Het leuke aan muziek maken is dat het heel technisch en spiritueel tegelijk is. Ik probeer iets te vangen wat  al rondzweeft. Ik wil dingen uitvinden die er nog niet waren, het publiek meenemen naar plekken waar ze nog niet geweest zijn". Wilko ziet het dagelijks leven als een 'harde werkelijkheid ', terwijl hij zich in zijn werk bezighoudt met 'het zachte, het vloeibare'. "Ik probeer via de magie van mijn muziek een ander licht te laten schijnen op de realiteit ", zegt hij.
 
Met een aantal leden van Het Nieuwe Lied heeft Wilko in verschillende producties samengewerkt. Zo speelde hij met Tjeerd Gerritsen in 'Mannen van Glas' en begeleidde hij Peter van Rooijen in de voorstelling waarmee ze in 2012 het Amsterdams Kleinkunst Festival wonnen.  Ook bij Treurdier werken Peter en Wilko samen. De vriendschap met Thijs Maas die tot 'Goldmund' leidde ontstond bij Het Nieuwe Lied. Is een plekje in de band van Thijs niet iets voor Wilko? "Nee", reageert Wilko, "daar zit een pianist, die is zo goed! Het is bovendien een jazz-trio en dat kan ik helemaal niet. In een popbandje zou ik toetsenist kunnen zijn, maar dit moet hij zeker met die jongens doen". 
 
 
Niet alleen Goldmund, ook de dood van Maarten van Rozendaal betekende een keerpunt in Wilko's leven. "Er is toen heel veel in mijn leven tot stilstand gekomen", zegt hij. "Ik heb een jaar lang niet gewerkt. Er is toen zoveel gebeurd. De band met mijn ouders werd anders. Mijn relatie ging uit. Voor die periode plande ik vijf dingen op een dag: voorstellingen maken, 's nachts in de kroeg blijven hangen, de volgende dag weer lesgeven. Dat is tot rust gekomen. Ik heb een half jaar niks gedaan en gewacht tot ik weer een impuls kreeg die uit mezelf kwam. Alles wat ik ervoor deed was het voldoen aan verwachtingspatronen van anderen. Nu probeer ik vooral te doen wat uit mijzelf komt". Wilko: "Het loopt nu allemaal goed: de projecten bij Orkater, mensen die graag met me willen werken. Onzekerheden worden minder. Mijn drang om me te bewijzen wordt getemperd". Wilko voegt eraan toe: "Die gaat nooit helemaal weg hoor. Ik voel nu bijvoorbeeld bij het acteren hoe verleidelijk het is om te gaan pleasen. Als mensen een keer lachen wil je dat gelijk nog een keer bereiken. Het blijft een gevecht". "Maar", zegt hij: "er zijn grotere dingen die veel zwaarder wegen dan leuk en aardig gevonden worden ". 
 
Wat ziet Wilko als zijn opdracht voor de toekomst? "Het begint redelijk overzichtelijk te worden", zegt Wilko. "Ik wil bij Treurdier blijven en met Thijs bij Orkater werken. En als er ruimte voor is kan ik daarnaast voor voorstellingen van anderen de muziek maken. Om geld te verdienen en om me breed te blijven ontwikkelen. Ik wil me zeker verder blijven ontwikkelen, want ik  vind mezelf nooit goed genoeg"
Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign