Tjeerd Gerritsen: 'Ik droom klein'

Je kunt eigenlijk niet anders dan hem in je hart sluiten als hij op het podium met een ietwat nerveuze trilling in zijn stem zijn liedjes aankondigt, of op een terrasje in de Antoniebreestraat met een relativerende zelfspot zijn levensverhaal vertelt. Als hij een slokje van zijn tonic neemt tikt het steeltje van de citroenstamper tegen het glas van zijn zonnebril. "Ik ben blij dat ik een bril op heb', stelt hij vast. Dat hij een denker is blijkt uit de teksten van zijn liedjes en uit de rustige wijze waarop hij op elke vraag ingaat en zonder aarzeling zijn ziel blootlegt. Zijn bescheiden lachjes tussendoor hebben iets verontschuldigends, maar kunnen ook betekenen dat hij zichzelf niet al te serieus neemt.
 
 
Tjeerd Gerritsen, afgestudeerd aan de kleinkunstacademie, is singer-songwriter maar werkt om de kost te verdienen bij de telefonische klantenservice van Albert Heijn. Dit werk vormde aanvankelijk een inspiratiebron voor zijn liedjes. "Een tijdje was ik daar heel blij mee. 'Geachte heer, mevrouw' kwam hierdoor tot stand", zegt hij, maar: "het nieuwe is er inmiddels een beetje van af". Vindt hij het frusterend om niet fulltime met zijn vak aan de gang te kunnen zijn? Tjeerd: "Je kunt er wel van balen, maar dit is met meer mensen om mij heen aan de hand. Ik weet dat het niet zoveel zegt over mijn talenten. Behalve misschien iets over mijn talent voor netwerken en PR".
 
Tjeerds leven begon in 1983 in het militair hospitaal in Utrecht, waar hij via een keizersnede ter wereld kwam. "Ik had een te groot hoofd, dat kon mijn moeder niet handlen", grinnikt hij. Hij groeide op in de wijk Lombok, als oudste van een gezin van vier kinderen. "Ik moet mijn broertje zo even whatsappen dat hij vandaag géén geld van mij kan lenen", herinnert Tjeerd zich plotseling. "Wij zijn niet goed met geld, de Gerritsens", lacht hij dan, "alleen mijn oudste zusje is op onverklaarbare wijze een soort van persoon geworden die dat allemaal perfect bij elkaar heeft". Tjeerd vervolgt: "Het was bij ons chaos toen ik jong was, er was er nooit geld. Dat gaf wel eens stress. Je wist als kind niet precies wat je kon verwachten als je thuis kwam. Het ging niet ver hoor, ik voelde me wel veilig thuis. Dit zijn dingen die ik eigenlijk achteraf pas overzie. Als kind begreep je niet wat er speelde”. Tjeerd vertelt over zijn ouders: “Mijn moeder gaf les bij het Centrum Vakopleiding. Mijn vader wisselde regelmatig van baan. Hij studeerde muziekgeschiedenis. Tegenwoordig werkt hij als muzieksamensteller van radioprogramma’s en leidt hij muziekreizen. Hij weet heel veel van klassieke muziek”. Is Tjeerd daardoor in zijn jeugd met deze muziek overgoten? Tjeerd: "Nee, niet echt overgoten. Ik vond klassieke muziek vroeger heel stom, zoals dat hoort. Nu houd ik ervan. Ik zoek de wat modernere muziek op. Niet van het meest atonale soort. Ik houd van Ravel, Stravinsky, er moet voor mij wel een soort angel inzitten. Ik luister ook wel naar Beethoven enzo maar dat houdt minder mijn aandacht vast". Tjeerd vertelt dat hij opgroeide met muziek van Steely Dan en Joni Mitchell, de Beatles, de Stones en Randy Newman.
 
Van een onbezorgde en gelukkige jeugd was geen sprake. "Dat kwam vooral omdat ik heel erg gepest werd op de basisschool", vertelt hij. "Dat ging echt ver, ik werd regelmatig in elkaar geslagen". Tjeerd zat op Jenaplanschool 'De Brug'.  "Het is een vrij slecht idee om een christelijke jenaplanschool in een achterstandswijk als Lombok te zetten", zegt hij daarover. "Mensen zijn daar noch christelijk, noch klaar voor zo'n bijzondere vorm van onderwijs. Er zaten veel kinderen uit moeilijke, grote gezinnen, waar weinig Nederlands werd gesproken". Tjeerd vertelt dat hij gepest werd met het feit dat hij x-benen had, maar: "De echte oorzaak was waarschijnlijk dat ik slimmer was", zegt hij. "Mijn ouders wilden mij eigenlijk wel op een andere school doen, maar dat wilde ik liever niet. Ik had helemaal geen aanleiding om aan te nemen dat het op een andere school beter zou worden". Pas in groep zeven werd het iets dragelijker voor Tjeerd. "Ik kreeg een lerares die het probleem klassikaal besprak. Ik weet niet of het toen minder is geworden maar ik voelde me in ieder geval meer gehoord". Tjeerd had in die tijd nauwelijks vriendjes: "Er waren er een paar, maar allemaal onder de radar. Die konden op school die vriendschap natuurlijk niet teveel laten zien anders zouden zij ook slachtoffer worden". De moeilijke jaren op de basisschool hebben impact gehad op Tjeerds volwassen leven. "Ik kan een hoop dingen van mijn karakter en van de manier waarop ik met nieuwe contacten omga daarnaar herleiden", zegt hij. Of hij voorzichtig is geworden? Tjeerd: "Het hangt er vanaf. Ik kan heel spontaan en open en hartelijk zijn maar er moet wel eerst iets zijn dat mij een soort van groen licht geeft. En ik vind het veel gemakkelijker om leuk met meisjes en vrouwen om te gaan dan met mannen". Neemt Tjeerd zijn ouders de zware jaren die hij had kwalijk? Tjeerd: "Nee, maar ik heb wel voor mezelf bedacht dat als ik ooit een kind krijg dat aangeeft dat hij gepest wordt, ik zal zeggen: ik ga je op een andere school doen. Natuurlijk moet een kind een beetje tegen een stootje kunnen. Maar als ik hier aan terugdenk, en ik zal ongetwijfeld al een hoop geblokt hebben, dan is de conclusie: dit kon gewoon helemaal niet". Over deze ervaringen heeft Tjeerd geen lied geschreven. Heeft hij er volledig mee gedeald? "Dat weet ik niet", zegt hij. "Waarschijnlijk heeft het ook voordelen, deze ervaring. Het heeft wel tot dingen geleid die ik niet meer kwijt zou willen raken, zoals een grote zelfredzaamheid. En ik kan aardig goed afzien, ook voor langere tijd. Als ik een tijd geen geld heb of ik vind iets niet fijn, dan kan ik daar heel lang tegen". Dus het is geen probleem als het afnemen van dit interview veel tijd in beslag neemt? Tjeerd: "Dan moet ik tussendoor wel even roken". 
 
 
Tjeerd ging naar het gymnasium, waar hij de band 'Prison' oprichtte. "Zodra ik een beetje gitaar kon spelen had ik een bandje", vertelt hij. Waarom deze naam? "Ik vond het gewoon tof, rockbands hebben graag een naam die iets duisters impliceert", verklaart hij. Tjeerd luisterde in die tijd veel naar Metallica. "De teksten die ik maakte waren heel zwartgallig en duister, over dood en bloed en ongelukkig zijn. "Het was allemaal nep", lacht hij. Waren het simpele teksten? "Ze waren niet simpel", zegt Tjeerd. "maar het was wel onzin. Ik jatte gewoon van alles bij elkaar. Maar natuurlijk wel van steeds meer verschillende bands en die invloeden hebben me wel op een bepaalde manier gevormd". 
 
Nog altijd houdt Tjeerd veel van rock en van 'intense muziek''. "Ik houd alleen niet van muziek waarbij ik niets meemaak", zegt hij. Tjeerd vindt het moeilijk om 'helden' te noemen. "Ik heb er heel veel", zegt hij. "Er zijn veel bands waarbij ik elke muzikant op zijn eigen manier heel erg goed vind. Ik houd er heel erg van als een band meer is dan de som der delen". Wat bedoelt Tjeerd daarmee? "Dat je hoort dat ieder bandlid beslissingen heeft genomen die het lied op dat moment ten goede komen. Er zijn heel veel bands waarbij je dat niet hebt". Tjeerd legt uit: "Naarmate ik meer zelf ben gaan componeren en arrangeren ben ik steeds analytischer gaan luisteren. Ik kan nu vrij goed tegelijk de gitaarlijn en de baslijn en de drums in de gaten houden. Bij de Beatles kun je bijvoorbeeld altijd horen wie er met het idee voor het lied is gekomen en vervolgens hoor je dat Paul McCartney daar een baslijn onder zette, of dat John Lennon er een mooi slagje op bedacht heeft". Moet je daarvoor extreem muzikaal zijn? Tjeerd: "Dat komt vanzelf als je je ermee bezig houdt"
 
Tjeerd wilde na zijn eindexamen naar de rockacademie, maar werd afgewezen. Ook op de popafdeling van het Rotterdamse conservatorium kon hij niet terecht, omdat zijn muziek wel interessant, maar zijn 'podium présence' niet goed genoeg werd bevonden. Tjeerd besloot de Vooropleiding Theater in Utrecht te volgen en merkte dat hij het theatergevoel 'heel vet' vond. "Ik had daar een heel leuk jaar", zegt Tjeerd. "Ik heb daar een workshop songtekst schrijven van George Groot gevolgd. Het was leuk dat ik vervolgens ook op de academie les van hem kreeg". 
 
Tjeerd stapte van Engelse teksten over naar schrijven in het Nederlands. "Dat had ik al geoefend met het schrijven van Sinterklaasgedichten", grapt hij, "ik wist van mezelf dat ik daar handig mee was". Zijn huidige teksten noemt hij 'niet echt kleinkunstig'. "Bij het Nieuwe Lied noemen we ons singer-songwriters, dat vind ik ook beter passen". Of Tjeerd een verhaal wil vertellen met zijn liedjes? "Ja, over het algemeen wel. Maar niet steeds hetzelfde verhaal. Mijn liedjes gaan over mezelf of over wat ik heb gezien. Volgens mij zijn het altijd een soort observaties". Op de vraag of hij plezier beleeft aan het observeren van mensen, glundert hij: "Ja, heel leuk. Ik vind het niet alleen leuk om ze te bekijken, maar ook het luisteren naar hoe mensen bijvoorbeeld een klachtengesprek voeren vind ik heel interessant". 
 
Toen Tjeerd als muzikant aan het werk was ontmoette hij weinig mensen buiten de theatersector. "Ik merkte dat mijn stof opraakte. Nu is die wel weer aan het groeien. Ik merk dat ik zelf op zoek moet naar impulsen, maar vaak dient een onderwerp zich ook vanzelf aan". Tjeerd vertelt de muziek en een refreinzin vaak als eerste in zijn hoofd te hebben. Toch laat het lied zich dan niet direct gemakkelijk vormgeven. "Het kan echt heel demotiverend werken als ik ervoor ga zitten en een lied denk te gaan schrijven maar dat ik merk dat ik echt nog niet weet hoe", zegt hij. "Dan moet ik meestal nog even doorkauwen op het onderwerp tot de tijd rijp is om het werkelijk te gaan schrijven". Hij vervolgt: "Je moet van het idee af dat alles wat je opschrijft definitief is. Ik merk dat ik snel geneigd ben zelfcensuur toe te passen. Dan durf ik eigenlijk niet op te schrijven wat ik in mijn hoofd heb. Als ik het dan toch doe hoor ik later van iemand dat hij juist dat een heel puntige zin vindt".
 
 
In 2009 werd Tjeerd de vaste muzikant van Nina de la Croix. Hij volgde Maarten Ebbers op, die het Leids Cabaret festival had gewonnen en aan een solocarrière begon. Tjeerd: "Ik vind dat nog steeds leuk, die rol. Je bent en beetje de aangever en verder ondersteunend. Het is de bedoeling dat je zorgt dat de focus bij haar ligt. Het is een rol die moeilijker is dan hij lijkt en waar je ook meestal niet de credits voor krijgt, hoewel ik wel in een paar recensies genoemd werd. Er stond: Sterk begeleid door Tjeerd Gerritsen. Daar werd ik wel heel blij van".  
 
Na een periode bij 'Mannen van Glas' en 'Circus Treurdier' sloot Tjeerd in 2012 aan bij Het Nieuwe Lied. "Dat komt door Peter en ik ben hem daar heel dankbaar voor". Tjeerd lacht: "Hij is eigenlijk een soort beschermengeltje, al zou je hem dat niet geven". Tjeerd vertelt dat het na zijn opleiding 'een beetje mis' ging. "Ik ben toen een tijd heel depressief geweest. Dat had met meerdere dingen te maken, een relatie die uitging en een eerste theaterproject waar ik in speelde dat een desillusie werd. Ik dacht toen: ik heb de boot gemist. Ik had het gevoel dat ik niet meer bij die hele molen van het theaternetwerk kon komen. Ik zag iedereen die tegelijk met mij afgestudeerd was netjes van het ene project in het andere stappen. En ik wist niet precies wat ik moest. Toen heb ik een periode doodongelukkig thuis gezeten". Wat deed Tjeerd om aan de kost te komen? " Ik was postbode", antwoordt hij. Peter van Rooijen zette Tjeerd op een dag voor het blok door te zeggen: "Ik heb jou voorgedragen bij Het Nieuwe Lied". Tjeerd: "Daar had hij helemaal gelijk in. Dat was gewoon nodig, om mij weer te laten doen wat ik eigenlijk echt wil". Over zijn sombere periode zegt Tjeerd: "Ik vind dat nu wel goed, dat ik niet meteen ergens in ben gerold. Ik heb het idee dat ik daardoor nu op een veel eerlijker manier mezelf laat zien dan met de liedjes die ik bijvoorbeeld vroeger op school maakte. Als ik er nu op terug kijk heb ik toen best wel wat leuks bedacht, maar mijn teksten gingen over dingen die ik niet echt deed. Ik had bijvoorbeeld een onzinliedje over: Ik ben een kunstenaar en iedereen die mij ziet wil eigenlijk met me naar bed. Dat had wel een lekker melodietje. Maar zo'n tekst  zou ik nu nooit meer schrijven. Wat heb je daar nu aan. Ik ga nu nooit meer zitten om een grappig lied te schrijven. Wat ik wel leuk vind is een redelijk serieus onderwerp met heel veel humor benaderen". Wat is een onderwerp dat nu langs kan komen? Tjeerd: "Dat ik in een relatie zit die al vijf jaar duurt en dat ik niet meer die extreme liefde ervaar van het begin en wat ik daarvan vind".
 
Tjeerds vriendin Lieke van den Broek kent hij nog van de kleinkunstacademie, maar hun relatie begon later. Hoe werkt dat, twee creatievelingen in één huis? "Nou, we hebben nu allebei een kutbaantje", lacht Tjeerd. Zou het spanning geven als één van beiden doorbreekt? "Nee, ik denk dat we het elkaar allebei heel erg gunnen", zegt Tjeerd beslist. "We maaien elkaar niet het gras voor de voeten weg". Zijn nieuwe liedjes speelt Tjeerd niet als eerste voor zijn vriendin. Is hij bang voor haar oordeel? "Nee, ik ben eerder bang dat ik zelf afhaak als ik het laat horen. Ik heb liever dat ze het pas hoort als ik het voor het eerst op de planken breng. Het zijn zulke verschillende dingen, het maken en het uitvoeren". Hoe spannend is dat, een nieuw lied ten gehore brengen? "Verschrikkelijk, dat went nooit", zegt Tjeerd. "Dan zit ik op zo'n idioot concentratieniveau. Dan ben ik echt drie minuten mijn reet aan het redden". Daar geniet hij dus niet van? Tjeerd: "Jawel, maar pas als ik het een keer heb gedaan. Daarna vind ik het te gek om het weer te spelen". 
 
Wat heeft Het Nieuwe Lied Tjeerd gebracht? "Het heeft een keerpunt betekend. Ik heb allemaal nieuwe liedjes geschreven". Dus de stok achter de deur van Eefke werkt? "Ja, toen ik me aansloot bij Het Nieuwe Lied heb ik besloten: nu ga ik het ècht doen. Ik heb me ook voor het Amsterdams Kleinkunst Festival ingeschreven, de eerste voorronde is eind oktober 2014". "Dat is al snel", bedenkt Tjeerd zich: "Ik moet dus gauw nog wat zanglesjes nemen". Zangles? "Dat is een uitwisseling die ik met Eefke doe. Ik geef haar gitaarles en zij mij zangles". 
 
Het Amsterdams Kleinkunst Festival is Tjeerds eerstvolgende doel. Hoe ziet hij de toekomst verder? Tjeerd: "Ik ben nu vrij klein aan het dromen. Ik hoop dat er op een dag een impressariaat op me toestapt dat me wil programmeren voor een voorstelling of twintig, misschien dertig. Bijvoorbeeld voor een halve voorstelling. Dat komt qua tijd mooi overeen met de lengte van een CD en met de spanningsboog van het publiek". 
 
Tjeerd wil in de toekomst ook voor anderen schrijven en componeren."Ik denk dat ik in liedjes erg laat zien dat ik een bepaald soort componist ben", zegt hij. "Misschien dat ik daar op een gegeven moment wat aan ga heben. Ik hoop dat mensen mij gaan vragen iets te schrijven voor hun voorstelling omdat ze mijn muziek mooi vinden".Wil hij ook liedjes zingen van anderen? "Ik denk dat ik dat heel leuk ga vinden als ik iets meer geland ben in mijn zangerschap. Nu vind ik het fijn dat ik mijn liedjes op mijn eigen stem kan afstemmen".
 
Heeft Tjeerd zijn ultieme lied al geschreven? "Ik hoop dat ik het nooit schrijf", is zijn eerste reactie, maar dan vervolgt hij: "Eigenlijk wil ik vooral een lied schrijven dat iemand ergens doorheen helpt. Misschien is dat al eens gebeurd, maar die kans acht ik nog niet zo heel groot". Dus Tjeerd vindt het vooral belangrijk wat een lied met een ander doet? "Grappig, dat weet ik eigenlijk niet", antwoordt hij. "Ik ben lang bezig geweest met een soort rechtvaardiging voor het feit dat ik dit doe. Er zijn meer mensen die talent hebben voor iets creatiefs of theatraals, dan dat er mensen zijn die dat daadwerkelijk doen voor hun beroep. Veel mensen vinden muziek en theater leuk 'voor erbij'. Dan vraag ik me af: waarom vind ik het niet gewoon alleen maar leuk 'voor erbij'? Waarom heb ik dan het idee dat ik er mee in de spotlights ga staan?" Kan het zijn dat die mensen de stap niet durven te wagen die hij wel zet? Tjeerd: "Dat is een uitleg die egostrelend is en leuk en misschien is er wat van waar. Maar ik wil dan toch de nederigheid opbrengen om te denken: het is niet alleen maar voor mezelf. Ik denk dat wat ik maak ook moet bestaan. Als ik iets bedenk dat nog niet is gedaan, dan is het tijd dat ik het doe want anders gebeurt het waarschijnlijk nooit". Betekent dit dat Tjeerd vol zelfvertrouwen is en gelooft in zijn werk? "Ja, dat wel, maar het is een heel dubbel gevoel. Ik ben ook vrij allergisch voor dat soort gedachten, ik houd daar niet van. Ik vind mezelf wel beter dan sommige anderen, maar lang niet beter dan iedereen". Wat zou Tjeerd beter willen kunnen? "Ik wil me zekerder voelen over mijn zang en over het feit dat ik een artiest ben", antwoordt Tjeerd. En ik zou het echt oprecht fijner vinden van iemand een brief te krijgen waarin hij schrijft dat hij kracht gevonden heeft in een lied van mij, dan dat ik meer dan honderdduizend iTunes-aanschaffen heb. Dat zou ik natuurlijk ook te gek vinden, maar dat is een veel abstracter iets. "Hij grinnikt: "Misschien zijn het wel heel vervelende mensen die mijn lied gekocht hebben". Dus Tjeerd wil iets betekenen voor mensen? "Ja, het is toch fantastisch als iemand de wereld anders ziet doordat jij iets hebt gezegd tegen die persoon?". Wil hij een soort Jezus zijn? Tjeerd lacht: "Ja, waarom niet? John Lennon zei het, dus mag ik het ook zeggen. Ik zou het fijn vinden als de wereld een betere plek wordt dan hij nu is en dan vind ik het ook wel oké dat ik mezelf voorhoud dat ik daar een kleine druppel aan kan bijdragen".
 
 

 
Een klein half jaar na dit interview vertelt Tjeerd aan een tafeltje in ‘Inn de Knip’ in Den Hoorn op Texel over zijn ervaringen tijdens de voorrondes van het Amsterdams Kleinkunst Festival. Hij heeft die week in ‘Klif 12’ gespeeld in de kwart finale  en is op dat moment nog onwetend van het feit dat hij tot de zes uitverkorenen behoort die op 11 en 12 april in Bellevue mogen proberen tot de finale door te dringen. In zijn voorstelling ontmoet hij zijn alter-ego die hij op een gegeven moment achterlaat, ‘omdat die een nog grotere teleurstelling in het leven heeft dan ik’. Met zijn ontroerende en soms hilarische ontboezemingen en zijn persoonlijke liedjes gunt Tjeerd het publiek een kijkje in de sombere periode uit zijn leven. 
 
“Ik had bedacht dat ik moest omarmen dat het een persoonlijke voorstelling moest worden, zegt Tjeerd, “en ik vond dat het zwaartepunt bij de liedjes moest liggen, want daar zit toch mijn kracht”. Hij wil nog schaven aan zijn teksten en hoopt dat in de halve finalistenronde te kunnen gaan doen: “Als ik door ben en straks die try-outs mag doen wil ik het elke avond anders doen”.
 
Uiteraard hoopt Tjeerd de finale te halen en met de finalistentournee het land in te kunnen. Zijn ‘kutbaantje’ zoals hij het zelf liefkozend noemt, wil hij dan terug brengen naar twintig uur per week om ‘vanuit die positie meer tijd te steken in het uitzetten van andere lijntjes’. “En dat moet dan wat aangroeien”, zegt hij. “Ik weet ook niet wat dat gaat doen, zelfs als ik het AKF zou winnen heb ik geen idee hoe het zal lopen. Daar moet ik me dan over laten informeren. Op dat moment is er dan aandacht voor me , maar ik weet hoe voorbijgaand die is. Als je er niet bovenop springt is er wel weer iemand anders die een leuk iedje heeft. Je moet die aandacht dan dus pakken, maar dat is ook heel ironisch, want mijn voorstelling gaat juist over het je onttrekken aan dingen”. 
Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign