Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.

 

 

"Ik ben niet zo goed in het onder woorden brengen van mijn antwoord op een vraag, dus ik ga er gewoon steeds heel lang over nadenken", opent Maarten het gesprek. "Ik ben niet media-getraind". Als ik antwoord dat ik dat wel leuk vind, reageert hij met: "Wacht maar tot je in mijn woordenweb terecht komt". Maarten herinnert zich een interview dat hij onlangs had voor 'De Platenkast': " Ik merkte dat ik mezelf soms in een hoek lulde, dat ik dacht: Hé wacht even, ik ga nu iets anders zeggen dan ik eigenlijk bedoel". Hij vervolgt: "Het kan gebeuren dat ik iemand een compliment wil maken maar me halverwege realiseer dat het ook kan overkomen als een dis op iets anders. Dat ik eigenlijk wil zeggen: die man schrijft zúlke goede muziek dat hij eigenlijk helemaal niet zo goed hoeft te kunnen zingen. Daarmee wil ik eigenlijk zeggen: hij schrijft zulke goede muziek. Maar het wordt begrepen als: hij kan niet zingen".

Na deze zijsprong voor we goed en wel begonnen zijn besluiten we terug te gaan naar 1980, toen Maarten in het ziekenhuis van Purmerend geboren werd. Maarten: "Ik herinner het me nog als de dag van gisteren". Hij groeide als derde en jongste kind op in Edam. "Na mijn komst dachten mijn ouders: Nou, laat maar. Als dit het is...." grijnst Maarten. Zijn vader werkte als accountant, zijn moeder als begeleider in het gehandicaptenvervoer. Wat voor een jongetje was Maarten? "Ik zou mezelf niet als populair beschrijven, maar ook niet als de totale underdog. Ik was een beetje onopvallend en stil maar probeerde altijd wel de aandacht te trekken met grapjes. Je hebt zo’n theorie dat de jongste in een gezin creatief moet zijn omdat die ook op een bepaalde manier de aandacht moet trekken. Als ik mensen aan het lachen wist te krijgen voelde dat wel als een soort van erkenning: o, ik ben toch wel echt tof. In de klas was ik altijd degene die verliefd was op de juffrouw".

"Ik was een buitenspeelfiguur", vervolgt Maarten. Aan mijn opleidingen heb ik nooit echt wat gedaan. Ik kwam thuis door de voordeur, gooide mijn tas in de hoek en vloog door de achterdeur naar buiten naar het veldje om met een bal te spelen. Of naar mijn kamer om gitaar te spelen". Maarten begon al op jonge leeftijd met gitaarles."Het was bij ons niet de vraag: wil je een instrument gaan bespelen, maar wèlk instrument wil je bespelen". Maarten vertelt dat zijn moeder werkte voor de muzieklessen van haar kinderen. "Zelf speelt ze ook meerdere instrumenten, voornamelijk klassiek georienteerd. Af en toe speelt ze in een Alzheimercafé. Daar kan ze lekker steeds dezelfde nummers blijven doen. Dan vraagt ze: Hebben we deze al gedaan? Néé! roepen ze dan".

Waarom koos Maarten voor gitaar? "Ik had een vriendje waar ik heel erg tegenop keek. Hij koos trompet en dus dacht ik: O ja, ik wil ook trompet. Maar hij besloot dat het toch maar gitaar werd en dus dacht ik: o ja, dan wil ik ook gitaar. Ik ben wel iemand die steeds heel erg onder de indruk is van anderen en me daar dan door laat leiden".

Maarten vertelt dat hij in Edam een 'leuke jeugdtijd' heeft gehad. "Ik heb altijd heel gemakkelijke stappen gezet", zegt hij. "Veel keuzes die ik gemaakt heb zijn gemaksdingen geweest". Zo ging hij naar de MAVO in zijn woonplaats, omdat zijn ouders dachten: die jongen speelt toch lekker buiten het is toch een dromer, die sturen we lekker hier naar de school in Edam".

Maarten omschrijft het gezin waar hij uit komt als 'een warm, lief, gemoedelijk nest'. "Je kunt jezelf eigenlijk niet beter wensen", zegt hij. "Maar ik vraag me af of ik niet graag meer geprikkeld had willen worden. Ik weet niet of ik er toen voor open had gestaan. Het nest was zo warm, maar misschien was het ook wel goed geweest om mij eruit te duwen".

 

 

Maarten was gek op The Smashing Pumpkins en droomde er stiekem van zelf popster te worden. Maarten: "Je hebt idolen waar je tegen opkijkt, je denk van: wow! Maar ergens staat dat ook haaks op je leven, het is een soort van wolkje, het lijkt iets onbereikbaars dat niet echt bestaat. Dat die gasten eerst met z'n allen in een oefenruimte hebben gezeten voor die cd opgenomen kon worden, dat sloeg ik allemaal over. Net zoals je bij televisie alleen de illusie ziet. Dat er gewoon kabels liggen die met plakbandjes aan de vloer geplakt zitten, die werkelijkheid, daar sta je niet bij stil".

Maarten overwoog om naar het conservatorium te gaan. "Ik dacht: als ik daar zit leer ik heel goed spelen en dan kan ik toch nog popster worden. Dat dit mijn droom was wilde ik niet zeggen omdat de kans groot was dat die niet zou uitkomen. Dus in plaats daarvan zei ik: ik wil naar het conservatorium en gitaarles gaan geven".

Maarten deed geen auditie. "Ik ben wel een keer naar zo’n open dag geweest maar daar voelde ik: wacht even, hier kom je ook niet zomaar binnen, daar moet je echt wel supergoed voor zijn". Via een half jaar MTS ("Dat vond ik niks"), een half jaar in de supermarkt ("Die was schuin aan de overkant van ons huis, lekker gemakkelijk en veilig"), de opleiding sociaal cultureel werk ("Die heb ik afgemaakt. Dat deed ik ook omdat ik dan avonden kon organiseren voor bandjes waar ik eigenlijk zelf in had willen zitten") en een propedeuse voor vrijetijdskunde ( "Ik heb dat maar een jaar volgehouden. Dat gaat over: als we een evenement organiseren en we hangen ander toiletpapier op, wat scheelt dat dan in de kosten. Daar ben ik totaal niet mee bezig"), kwam Maarten terecht bij het cabaret en theater. "Omdat ik altijd graag mensen aan het lachen maak", verklaart hij. Maarten herinnert zich: Ik heb vroeger vol bewondering naar Bert Visser gekeken. Of eigenlijk was het zo: ik had een vriend die hem helemaal geweldig vond, dus vond ik dat ook te gek. Dan zaten we bij hem op de bank, samen met zijn ouders naar Bert Visscher te kijken. Zij moesten altijd keihard lachen. En ik dus ook want dat was supergezellig. Maar ik weet ook nog dat ik dacht: het is niet zo moeilijk. Net als bij Herman Finkers was er altijd wel iets wat ik bewonderenswaardig vond maar tegelijk dacht ik: dat kan ik ook wel". Maarten vertelt verder: "In een café in Edam waar ik een tijd werkte heb ik een keer een komisch liedje gezongen. Dat vond iedereen supertof. Een vriend wees me op een kleine, particuliere theaterschool. Daar ben ik toen naartoe gegaan".

Was dit weer een veilige keuze? Maarten: "De Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie heb ik heel hoog zitten. Dan verlam ik, dan durf ik niet zo goed. Ik heb er een keer auditie gedaan maar was in de eerste ronde meteen afgewezen. Bij die kleine theaterschool voelde ik minder druk. Ik denk dat ik daar veel meer het gevoel had: ik hoef dit niet persé, dus ik ga hier lekker een beetje vertoeven en deze auditie van drie dagen doen. Ik denk dat ik er daardoor veel relaxter in stond". En daardoor beter presteerde? Maarten: "Ja, dat denk ik. Ik heb daar gezegd: Ik weet niet of ik het wel wil, deze opleiding. Later hoorde ik dat een docent zei: er doet er nou eentje auditie, die is hartstikke geschikt maar die twijfelt nog of hij wel wil".

 

 

Over zijn moeite met keuzes maken zegt Maarten: "Als je een keuze maakt dan draag je verantwoordelijkheid. Dan denk ik: ik doe het maar niet dan kan het niet misgaan". Maar in je uppie op een podium gaan staan en mensen aan het lachen maken, daar moet je toch aardig dapper voor zijn? "Ja", antwoordt Maarten, "ik hoorde Wilko een keer iets zeggen in de trant van: ik ben toch wel iemand die erkenning superbelangrijk vind. Dus de reden dat ik daar ga staan is misschien: Vind mij leuk. Terwijl het eigenlijk zou moeten zijn: ik maak iets, wat vinden jullie ervan, of: ik kom iets brengen. Dat geldt ook wel voor mij". Dan zegt Maarten: "Ik vraag me af of dat echt bestaat, dat iemand zegt: ik kom iets brengen. Dat het niet toch stiekem is: kijk eens wat ik kan”. Is dat het gevecht met je ego? "Ja, precies", zegt Maarten. "Ik merk dat de dingen die ik tot nu toe heb gemaakt steeds gaan over: wat is het nut, wat doe ik ertoe. Mijn eerste voorstelling eindigt met: misschien ben ik wel dat schroefje. Je hebt wel eens van die apparaten waarbij je hoort dat er een schroefje los zit als je er mee rammelt. En dat ie het toch gewoon doet".

"Ik merk ook dat ik vaak pas in actie kom als het niet anders kan", vervolgt Maarten. "Ik ben iemand die heel erg dingen uitstelt". Net als Peter van Rooijen die een maand voor z’n try-outs beginnen eindelijk gaat zitten schrijven? Maarten: "Nou, sterker nog: ik denk: kut Ik moet over twee dagen toch iets doen. Ik heb dat voornamelijk bij het afmaken. Ik ben wel de hele tijd bezig, nou ja, ik bedoel: aan het fantaseren. Op een gegeven moment floept er wel iets uit. Maar vaak is het toch: morgen moet ik op, shit, ik moet nog dingen afmaken". Komt de creativiteit pas als de druk hoog is? "Ja, daar lijkt het wel op. Laatst had John Cleese bij College Tour gezegd: Om je creativiteit aan te boren moet je gewoon dertig minuten ergens gaan zitten. Alles wat je nog moet doen schrijf je op een briefje en leg je weg. Ik doe sowieso veel dingen weg, daar ben ik wel goed in. Maar als je gewoon een half uur lekker niks doet gaat het borrelen. Ik bedacht: dat moet ik ook eens doen. Want ik ben toch wel gauw geneigd te consumeren. Dan zet ik even de tv aan of ik ga even op mijn i-pad of op mijn smartphone kijken. Dat is helemaal zo'n funeste ontwikkeling. Dan zoek ik gewoon afleiding, daar zijn heel veel manieren voor. Maar als ik dat niet doe, komt er altijd wel een soort van fantasietje.  Dan ga ik spelen in mijn hoofd en dan komen de ideeën los”.

Ik heb gemerkt dat deze methode werkt maar toch is het niet zo dat ik dat dan ook steeds zo ga doen. Wat heel gek is. Van mezelf heb ik een natuurlijke neiging om te hangen in de dingen die er zijn". Heeft niet iedereen daar last van? We zijn uiteindelijk allemaal toch een beetje lui? Maarten: "Ik ben superlui. Het eerste programma heet natuurlijk niet voor niets: 'Laat mij maar zitten'. Dat doe ik het liefste. Maar nu ik het uitspreek zegt een stemmetje in mijn achterhoofd: het is net zo hard niet zo. Want er is ook een andere kant. Ik ben bijvoorbeeld op een moment vegetariër geworden. Wel een beetje parttime, stiekem. Aan de ene kant denk ik: alles is nutteloos. Maar als echt alles nutteloos zou zijn zou ik ook geen vegetariër worden want dan zou ik denken: wat maakt het allemaal uit. Dus ergens heb ik blijkbaar wel dingetjes die ik heel belangrijk vind".

 

 

Ik vraag Maarten of hij altijd een tegenstemmetje in zijn hoofd heeft. "Ja", is het antwoord. Hij trekt altijd alles in twijfel, zegt hij. "In mijn tweede programma komt dat ook weer een beetje naar voren. Het eerste programma 'Laat mij maar zitten' gaat over twijfel en luiheid. Voor het tweede programma dacht ik: ik kies een titel die meer motiverend is. Maar eigenlijk is de inhoud precies het tegenovergestelde geworden, dus gaat het toch weer over hetzelfde. Ik ben trouwens bij het schrijven van een voorstelling niet heel erg van: ik ga van dit stapje naar dat stapje en vervolgens is dit de conclusie. Ik gooi alles maar gewoon neer en dan blijkt het heel veel met elkaar te maken te hebben".

Probeert Maarten zijn twijfel bewust op zijn publiek over te brengen? "je kan er mooi mee spelen", antwoordt hij. "Het zorgt ook wel voor een soort van goodwill. Tot ik me daar te bewust van word, dan prikken mensen daar doorheen. Soms gebruik ik het omdat ik het zelf ook niet weet. Iedereen in de zaal krijgt dan iets van: wat gaat ie nou doen. En vraagt zich af: weet hij het zelf wel? Dat is heel spannend, mensen blijven getriggerd. Het gevaar is wel dat als dat te lang duurt, het publiek denkt: ja, zoek het effe lekker uit! Ik had een recensie gekregen van het tweede programma waarin stond: twijfelen is goed, maar je kunt ook op een gegeven moment een punt zetten". Maarten zucht: "Daar zit wel een kern van waarheid in, natuurlijk".

Trekt Maarten zich wat van recensenten aan? "Het is zo’n haat-liefde verhouding. Door kritiek worden dingen wel beter. Het is een soort van noodzaak om die te krijgen. Maar ik zou veel liever hebben dat mensen prijzen wat ze graag zien: ga hier naar kijken want dat is supermooi. Op die manier krijg je een positieve selectie. Dat is leuker dan: ga hier absoluut niet heen. Een negatief advies, daar heb ik moeite mee. Aan de andere kant is het is ook werk voor zo’n recensent en die heeft geïnvesteerd door naar die voorstelling te gaan. Als hij dan geen stukkje schrijft heeft hij geen inkomsten".

"Het is nog een kunst om die onzekerheid sterk in te zetten", komt Maarten nog even op het onderwerp 'twijfelen' terug. "Eerst deed ik dat automatisch omdat ik niet anders kon, waardoor ik heel echt was en veel sympathie kreeg. Maar nu krijg ik ook te horen: die underdogpositie is een beetje pleasend en niet altijd even mooi. Ik ben daar nog een beetje mee aan het stoeien. Ik zou daar toch mijn unieke theaterpersoonlijkheid van willen maken zonder dat de onzekerheid echt is maar ook dat het niet een soort van gespeeld ding is". Dus Maarten heeft zijn theateridentiteit nog niet vastgesteld? "Ik weet niet in hoeverre ik dat echt wil want als je die teveel vastlegt dan blijft het dat en dat vind ik ook weer niet mooi".

Maarten vertelt dat hij Freek de Jonge op dit punt interessant vindt: "Die denkt op z’n zeventigste: ik ga maar eens gitaar spelen. Iedereen valt daar een beetje over maar ik denk alleen maar dat hij zichzelf een hoek indrukt waar hij onhandig is. Een band die ik heel geweldig vind, Radiohead, heeft de overstap naar electronische muziek gemaakt. Dan zet je jezelf best wel voor het blok. Eerst heb je lekker met je gitaar zitten rammelen en lekker zitten drummen. Je hebt een lekker bandje en op een gegeven moment leg je jezelf zo'n beperking op, duw je jezelf zo uit je comfortzone en moet je wel iets heel anders brengen dan je altijd hebt gebracht".  

 

 

Is Maarten een bekende persoonlijkheid sinds het Leids Cabaret Festival, zijn solovoorstellingen en zijn theaterrollen? Maarten: "Ik weet het niet. Ik had wel laatst dat ik ergens fietste en een Marokkans jongetje riep: Hee meneer, meneer! Ik dacht: wat heb ik nou weer gedaan. Toen zei hij: Ik ken u van tv! Dat was best grappig. Maar het komt ook voor dat ik aan het spelen ben voor twaalf man. Ik denk niet dat er een groot publiek is voor wat ik maak. Ik weet het niet. Aan de ene kant denk ik wel dat ik dingen doe die veel mensen leuk vinden en wat heel toegankelijk is, maar er is ook een stemmetje dat zeurt: het moet wel een beetje hout snijden, het moet wel verantwoord en diep en filisofisch zijn". Maarten lacht: "Nu denk ik: Schijt! Ik ga niet meer praten, ik ga alleen maar liedjes zingen".

"De laatste voorstelling was nog fifty fifty", zegt Maarten. "Nu heb ik de behoefte om eerst maar eens twintig goede nummers schrijven". Is het een eeuwige zoektocht? Maarten: "Ja, dat zal wel zo blijven en dat hoop ik ook. Nu is dat zoeken nog wat willekeurig, ik hoop ik dat ik ook eens kan zeggen: ik wil dit onderzoeken en ik ga er deze tijd voor nemen. Dat het iets bewuster en concreter wordt".

De onderwerpen die Maarten bespreekt en bezingt zijn vaak klein en privé, maar ook benoemt hij af en toe grote onderwerpen, zoals in zijn lied: 'Laat dat de smaak toch niet bederven'. In hoeverre vindt hij dat hij wat met de ellende in de wereld moet? Maarten: "Ik heb wel het idee dat ik er iets mee moet maar het is ook de vraag of ik er überhaupt wat mee kan. Ik ben wel maatschappij-betrokken en kritisch maar ik heb niet het idee dat ik de juiste kritiek heb. Ben ik de persoon die weet hoe het zit? Je hebt wel de verantwoordelijkheid dat als je iets roept, je moet weten hoe het zit. Maar ik weet helemaal niet hoe het zit. Bij anderen denk ik heel vaak van: O ja, dat klinkt alsof ze het weten. Maar die mensen weten het waarschijnlijk ook allemaal niet. Ik ben ook nog wel erg bang om mensen voor het hoofd te stoten. En helemaal als ik dan achteraf ongelijk blijk te hebben".

"Ik merk wel dat ik steeds meer een mening aan het vormen ben", gaat Maarten verder. "Dat ik soms vind dat over sommige dingen niet getwijfeld hoeft te worden. Waar ik vroeger nog zou kunnen denken: is dat nou wel waar of niet waar, daar denk ik nu: flikker op, dat zijn gewoon dingen waaraan je niet hoeft te gaan morrelen. Zoals met die tekeningen van Charlie Hebdo. Je kan alles nuanceren wat je wilt, je kan alles relativeren, maar ik vind wel echt dat je de tekenaar niet de schuld kan geven van een kogel die hij krijgt. Hoe kan een woord nou een actie uitlokken die daar totaal niet mee in verhouding staat". Waar legt Maarten met humor zijn grenzen? Maarten: " ik denk dat jij die grens zelf bepaalt. Je kunt jezelf afvragen of je elkaar ook wat kan aandoen met woorden. Ik denk dat heel weinig mensen de bedoeling hebben om echt te beledigen. Het feit dat de ander de woorden te serieus neemt ligt wel een beetje bij de ontvanger. Het wordt toch heel eng als de ander gaat bepalen waar jouw grenzen liggen?"

Op de vraag of Maarten zelfsencuur toepast als hij het publiek een inkijkje geeft in zijn persoonlijke wereld, antwoordt hij: " Ja, ik pleeg sowieso zelfcensuur. Ik weet niet of het allemaal bewust is. ik kan natuurlijk ook een inkijkje in mijn leven faken. Ik heb het op een of andere manier vrij veel over de dood. Dat geeft wel een inzicht maar ik kan ook op slinkse wijze om de hete brij heen schrijven. Ook door er bijvoorbeeld aan het eind weer grappen over te maken waardoor het allemaal niet meer blijft bestaan. Ik heb nog niet zoveel macht over het stuur dat ik echt alles regisseer wat ik naar buiten breng. Dus ik denk dat ik mezelf hier en daar ook bescherm".

Plotseling zegt Maarten: "Om even een luchtig uitstapje te maken: Ik heb best wel een hekel aan interviews, dacht ik. Maar aan dit soort interviews niet. Wat ik echt erg vind is dat je dan even gebeld wordt door de lokale omroep en je je eigen voorstelling moet promoten. Dan kom je terecht in zo’n geforceerde loltrapperij met mensen die je helemaal niet kent". Heeft Maarten ook het probleem dat er op verjaardagen van hem grappen worden verwacht? "Ik merk dat ik daar heel veel last van heb en dat ik ook steeds minder behoefte heb om lollig te zijn. En dus steeds meer verdwaal in de liedjes. Dat is misschien ook de reden waarom ik bij Het Nieuwe Lied terecht gekomen ben".

"Liedjes vind ik altijd al leuk", vertelt Maarten. "Liedjes zijn veilig omdat ik dan wel de structuur heb, die ik vaak nog mis". Maarten vertelt dat hij Thijs en Eefke van eerdere gezamenlijke optredens kende. Begin 2014 vroegen ze hem een gastoptreden bij Het Nieuwe Lied te verzorgen. Maarten: "Het was leuk, ontspannen en gezellig en ik voelde me hartstikke welkom. Vervolgens mocht ik auditie komen doen. Iedereen was akkoord en toen zat ik erbij". Volgens Maarten kwam dit 'als een soort geschenkje' op het moment dat hij 'net een beetje met cabaret aan het stoeien was omdat hij niet de hele tijd iedereen aan het lachen wilde maken'. Toch blijkt Maarten op het podium bij HNL wel degelijk een klein beetje aan cabaret te doen. Zo waarschuwde hij het publiek dat hij op moest passen, omdat hij zó weer uit HNL gefikkerd kon worden. Maarten: "Ja, ik voel me daar wel zo vrij en vertrouwd dat ik dat soort dingen durf te zeggen. Ik voel me echt een onderdeel van de club. Dat vind ik echt leuk. Ik merkte dat ze me er heel graag bij wilden, dat ze er vertrouwen in hadden. Misschien dat dat vertrouwen mij dan weer heel veel vertrouwen gaf"

Maarten beschrijft HNL als een 'warme groep', waar heel veel respect is voor ieders eigen ruimte. "Er is geen concurrentiestrijd", zegt Maarten. "Wat je bij comedians misschien wel hebt. Daar telt: waar hebben we het hardst om gelachen. Bij muziek geldt dat je gewoon maakt wat je maakt en dat dit heel smaakgevoelig is. Verschillende mensen vinden altijd andere dingen leuk. Dat is anders dan bij humor, denk ik".

"Ik denk dat ik in deze groep een beetje anders ben", vervolgt Maarten. "Ik merk wel dat ik een beetje meer aan de humorkant zit. Waar ik in de cabaretwereld te weinig grappen zou maken merk ik dat ik bij HNL juist wel meer lucht breng. Het is een fijne plek om echt aan liedjes te werken. De grap hoeft niet, maar kan ik daar veilig maken". "En zo komen we weer bij veiligheid", lacht hij.

"Bij mijn eerste optredens bij HNL heb ik mijn gouwe ouwen gespeeld waarmee ik dacht: hiermee maak ik wel indruk op de zaal. Daarmee kon ik mezelf verkopen. Na het Nieuwejaarsconcert dacht ik: nu ga ik nummers doen die ik niet vaak speel. Nieuwe nummers en nummers die ik bijvoorbeeld in 2009 drie keer heb gedaan en daarna nooit meer. Ik wil niet meer teren op veiligheid en een stimulans hebben om nieuw materiaal te maken".

 

 

Wat doet Maarten het liefst? Solovoorstellingen? Fauvist? Het Nieuwe Lied? Jeugdtheater? Waar wordt hij gelukkig van? "De combinatie", antwoordt hij. "Als ik in mijn eentje goed sta te spelen word ik daar absoluut gelukkig van. Dan voel ik me helemaal vrij. Maar ik merk ook dat ik in mijn eentje het vaakst ongelukkig van het podium afga. Dat ik met mijn ziel onder mijn arm iets hoog hebt zitten houden wat ik zelf niet hebt ervaren. Groeien in mijn persoonlijke voorstelling staat wel bovenaan. Maar dat vind ik ook het moeilijkst. Want met een groep is het toch lekkerder”.

Er wordt gezegd dat cabaretiers van nature depressief zijn. Depressiviteit is vaak de bron van de humor. Herkent Maarten zich daarin? "Depressiviteit is iets dat niet in mijn wereld past. Ik vind het woord zo groot. Ik zou me een beetje schamen om dat te gebruiken. Nee, ik denk altijd: ik ben een soort van chronisch ongelukkig. Ja, ik ben wel een zwartkijker. Ik ben als de gordijnen dicht gaan en de deur op slot is treurig". "Ik zoek het ook op", vervolgt Maarten. "Ik laat mij voeden door dingen die mij treurig stemmen maar ik vind dat ook wel fijn. Er zijn ook heel veel dingen die me heel blij maken maar ik vind dan dat ik dieper moet gaan of zo, en interessantere dingen tot mij moet nemen. Dan denk ik bijvoorbeeld: die tweede wereldoorlog: ik moet eigenlijk wel weten hoe dat helemaal zat. Muziek vind ik ook pas mooi als die melancholisch is. Ze zullen vast wel in de psychologie zeggen dat het een veilige zone is waar je graag verblijft omdat je daar een manier in gevonden hebt om te overleven. Maar ik vind het ook mooier. Wat ik fantastisch vind, is het nummer ‘I see your darkness’ van Bonnie ‘Prince’ Billy. Dat werd me ooit aangeraden door een vriend van mij. Dat is zó mooi joh, maar ook zó treurig. Het begint al heel prachtig met: You are my friend en dan hoor je zo’n klein stemmetje: at least that’s what you told me. Ik vind het een mooi nummer omdat ik er iets in herken. Ik kan er heel treurig van worden maar ook heel blij. Die melancholie: mijn eerste lievelings cd van de Smashing Pumpkins heet ook: Mellon Collie and the infinite sadness". Maarten haast zich om nog even te melden dat 'The Smashing Pumpkins' zijn eerste lievelingsband vormden, maar dat 'Radiohead' die toppositie wat hem betreft nu heeft ingenomen. "Dat is gegroeid, dat heeft elkaar overlapt", zegt hij.

Tot slot wil ik graag weten wat Maarten met dieren heeft. Ze komen veelvuldig in zijn conferences en liedjes voor. "Ik spaarde vroeger knuffels", antwoordt Maarten. "Dus ik ben ook wel een zachte, ik heb ze nog steeds. Ze staan ergens in een doos. En als er dan iemand zegt: zullen we die lekker weggooien dan zeg ik: néééh, ze zijn zo lekker zàààcht!". Dan vertelt Maarten: Misschien gebruik ik dieren wel stiekem in mijn voorstellingen omdat ik niks over mensen durf te zeggen. Misschien ook wel omdat ze tot de verbeelding spreken. En het is ook iets menselijks om een dier een stem te geven. Kijk maar naar 'De fabeltjeskrant' of 'Sesamstraat'".

"In mijn laatste voorstelling zitten ook dieren", gaat Maarten verder. "Je kunt ze dingen aandoen wat mensen dan altijd shockerend vinden, terwijl ze even later wel een bitterbal zitten te vreten. Ik vind het zo fascinerend dat je afgerekend wordt op woorden. Het is toch gek dat iemand kan vallen over het feit dat ik vertel over oortjes aan elkaar nieten of met een dode hond frisbeeën. Dat mensen dat zielig en hard vinden: ik práát er alleen maar over. Ik ben een soort fantasiewereld aan het creëren en dat wordt dan als heftiger ervaren dan het eten van een biefstuk ofzo".

Sommige mensen trekken hun hond een trui aan. Maarten: "Je hebt mensen die dat echt doen en die vinden dat ook echt leuk. Ik heb daar niet zoveel mee. Maar misschien kan het wel minder kwaad dan ik denk. Ik weet niet of het heel zielig is.  Maar als ik in woorden zo’n beestje op het toneel dood zou maken, dan is dan blijkbaar erger. Niet dat mensen zeggen: dat mag je niet doen, maar je merkt dat het ze raakt. Ze lachen er wel om maar ze vinden het ook zielig, je hoort de oooo’s".

Heeft Maarten zelf beesten? "Sinds kort", zegt hij. "Ik ben er zelf niet zo van maar mijn vriendin wilde heel graag katten. Dus we hebben nu twee katten. Dat vind ik wel leuk, stiekem. Dus ik heb nu zelfs kattenspeeltjes gekocht. Waar ik vroeger dacht: jeetje je koopt toch geen kattenspeeltjes, je kan beter tien euro overmaken aan Warchild, denk ik nu: ik kan ook niet bij elke uitgave denken dat ik het ook aan iets beters had kunnen besteden. Zo’n kattenspeeltje kopen: ach, als iedereen dat vaker zou doen zou je ook geen oorlog hebben".

 

 

Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

19 april 2015

Tjeerd Gerritsen: "Ik vind een grap niet zo interessant"

Tjeerd Gerritsen won afgelopen dinsdag overtuigend de Wim Sonneveldprijs en kon tegelijk de publieksprijs van het Amsterdams Kleinkunst Festival in zijn zak steken. Belandde (als we Facebook mogen geloven) het grote bronzen beeld de eerste nacht tussen Tjeerd en zijn vriendin Lieke op de matras, nu staat hij voorlopig naast de televisie en wacht hij volgens Tjeerd nog op 'een fijne plek' in zijn huisje in Amsterdam. Een paar dagen na zijn overwinning blikt hij terug op het halve jaar waarin hij gedurende vier rondes en een try-out tournee zijn programma ontwikkelde en verfijnde, de halve finale doorkwam en ten slotte in de finale al zijn concurrenten achter zich liet.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign