Jeroen Woe: "Ik moet oppassen dat ik niet te zoet word"

Als één van de vier quizmasters van het televisieprogramma 'De Kwis' en als helft van het succesvolle duo 'Van der Laan en Woe' is hij een 'bekende Nederlander'. Toch lukt het hem om onopvallend en anoniem aan een tafeltje in de Amsterdamse kroeg 'Kobalt' nadenkend in zijn koffie verkeerd te roeren. Zelfverzekerd en tegelijk bescheiden vertelt hij over zijn overvolle leven en zijn ambities. Hij weet zijn grenzen te bewaken. Over zijn privéleven wil hij het niet hebben. Zijn zelfrelativering is ontwapenend, zijn gedrevenheid en visie dwingen respect af.
 
 
Jeroen Woe (Amsterdam, 1981) is een duizendpoot. Hij ziet zichzelf in de eerste plaats als caberetier, maar is daarnaast docent en regisseur en tot slot singer-songwriter. Als de drang om te performen genetisch bepaald is, dan heeft Jeroen deze aanleg van zijn grootvader van moeders kant gekregen. Jeroen vertelt dat zijn opa Gerrit Wijnschenk tijdens de oorlog in het Jappenkamp zat en daar 'de functie van clown' op zich had genomen. "Elke avond klom hij op het podium en vermaakte de mensen die daar opgesloten zaten. Veteranen vertelden later dat ze de dagen door konden komen dankzij de wetenschap dat Gerrit die avond weer voor hen zou optreden". Jeroen realiseert zich nu dat hij dankzij zijn opa al vroeg het belang van kunst inzag. Toen Jeroen elf was overleed zijn opa. "Ik vind het heel jammer dat ik te jong was om zijn verhalen goed te kunnen doorgronden. Nu kan ik hem niets meer vragen".  Voor elke première denkt Jeroen even aan zijn grootvader. "Die momenten draag ik aan hem op", zegt hij.
 
De andere opa was afkomstig uit China en bezorgde hem de bijzondere achternaam 'Woe'. Jeroen: "Eigenlijk heette hij 'Ng', maar dat was in Nederland niet uit te spreken. Daarom moest hij een andere naam kiezen". Hij koos 'Woe', wat de Nederlandse weergave is van 'Wu', een Chinese naam die heel veel voorkomt en dezelfde betekenis heeft als 'NG': de vijfde familie.   
 
Jeroen beschrijft zichzelf op jongere leeftijd als 'een licht autistische jongen'. "Als vriendjes voor de deur stonden riep ik door de brievenbus dat ik niet naar buiten kwam. Ik wilde alleen maar Beatles luisteren". Hij voegt er lachend aan toe: "Ik ben gelukkig wel wat socialer geworden".
 
Jeroens belangstelling voor cabaret ontwaakte toen hij als jongetje van negen jaar op een avond hoorde dat zijn ouders beneden heel veel plezier hadden. "Ik wilde weten waarom ze zo hard lachten. Freek de Jonge bleek op tv te zijn. Ze hebben het programma toen voor me opgenomen en ik heb dat wel honderd keer teruggekeken. Ik snapte er weliswaar nog niets van maar vond het facinerend dat hij mensen zo aan het lachen kon krijgen". Jeroen besloot alles van Freek de Jonge te bestuderen en volgde ook veel andere caberetiers. Op een dag schreef hij Wim Ibo een brief: 'Ik ben dertien, ik verzamel cabaret en ik heb alles al'. Jeroen: "Hij was een cabaret-goeroe met een enorme status. Hij vond mijn brief blijkbaar zo leuk dat hij me meenam naar de Kleine Komedie. Hij liet me heel veel horen, gaf me platen en nam me mee naar de studentenvoorstellingen van de kleinkunstacademie om te laten zien dat er een cabaretschool was". Jeroen zag voorstellingen van Alex Klaasen en van Droog Brood toen ze nog in het tweede jaar van de kleinkunstacademie zaten. Op dat moment besloot Jeroen: Daar ga ik ook naartoe!
 
Eerst moest Jeroen zijn middelbare school afmaken. "Dat heb ik een beetje plichtmatig gedaan", zegt hij. "Ik had een CJP en zat elke avond in het theater. Ik was daar niet weg te slaan". Jeroens ouders legden hem geen strobreed in de weg: "Zolang mijn cijfers goed waren kon ik overal naar toe". Zowel Freek de Jonge als Acda en De Munnik waren in deze tijd Jeroens helden. "Die zijn heel belangrijk voor mij geweest", zegt hij daarover. 
 
 
Jeroen leerde zichzelf gitaar en piano spelen en trad af en toe op voor studenten. "Mijn moeder reed me overal heen, ze heeft me ontzettend gesteund. Als ik terugdenk aan de dingen die ik toen maakte, dan besef ik dat die helemaal niet goed waren. Ik ben dan ook vaak ongenadig op mijn bek gegaan. mijn moeder vond dat niet zielig. Ze heeft me in die zin niet willen beschermen maar ze heeft me wel gestimuleerd. Zij is ook door mijn opa opgevoed. Ook al is zij zelf niet artistiek, ze heeft nog veel meer dan ik in de gaten gehad hoe belangrijk het voor me was. Ik denk dat ze me daarom zoveel ruimte heeft gegeven" 
 
In het eerste jaar van de kleinkunstacademie ontmoette Jeroen Niels van der Laan, met wie hij later het duo "Geen Familie' zou vormen dat twee voorstellingen later onder de naam  "Van der Laan en Woe' verder zou gaan. "Ik vond Niels zodra ik hem zag zo ontzettend grappig. Ik moest erg om hem lachen dus ik wilde de hele tijd bij hem zijn", vertelt Jeroen. Hij beschrijft Niels in die begintijd als 'lang en slungelig' en glimlacht: "Hij had dat lange lijf nog niet helemaal onder controle". De klik was er volgens Jeroen direct: "We vormden op de één of andere manier een logische combinatie".  
 
Bij zijn entree op de kleinkunstacademie was Jeroen 'met een rechte rug' binnen gekomen. "Ik was een beetje arrogant", zegt hij, "ik distantieerde me een beetje van de klas, had een houding van: ik weet alles al en ik weet wat goed is.". Waar kwam die zelfverzekerdheid vandaan? Jeroen: "Ik was al heel veel bezig geweest met liedjes schrijven en had zelfs op mijn achttiende in mijn eentje meegedaan aan het Amsterdams Kleinkunst Festival. Dat was hoogmoed, hoor. Ik had van jongsaf aan een soort bravoure waarvan ik zelf niet snap waar die vandaan kwam". Jeroen werd al snel door de artistieke leiding van de academie met zijn beide benen op de grond gezet: "Mijn zelfvertrouwen bleek onterecht te zijn en ging snel over toen ik te horen kreeg dat ik nog nog heel veel moest leren en dat ik bovendien ouderwets was". Jeroen vervolgt: "Ruut Weissman, de arristiek leider van de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie, is net als ik een onwijze Beatle-fan. Om die reden zocht ik hem op en toen zei hij: jij moet gaan zorgen dat jouw klas jou goed gaat vinden. Je klas is je publiek, niet ik. Ik ben straks oud of dood ". Jeroen: "Het belangrijkste dat ik van hem geleerd heb is dat ik nog héél veel moet leren". Hij voegt daaraan toe: "Het heeft ook mijn ogen geopend voor Niels. Hij was nog heel bleu, maar ook heel intelligent en hij dacht na over nieuwe vormen. Hij wilde dingen maken die nog nooit gezien waren terwijl ik hetzelfde wilde doen als Freek, of Acda en de Munnik. Wat ik maakte leek daar ook heel erg op. We zijn samen zijn weg ingeslagen en in zijn onervarenheid heeft Niels mij heel veel geleerd". Over zijn docenten zegt Jeroen: "Ruut Weissman, Kees Prins, Paul de Munnik, ze zeiden niet: zo en zo moet je het doen. Maar in hun buurt te zijn, te zien hoe ze werken, dat was zó inspirerend". Van sommige docenten trok Jeroen zich minder aan dan van andere. "Ik wist wat ik van iedereen wilde hebben. Een Tjechov-spelles, bijvoorbeeld, daar stak ik niet al mijn energie in. Ik vond het belangrijker om met George Groot een mooie tekst te schrijven. Want daarin wilde ik me ontwikkelen en daarin wilde ik echt goed worden". 
 
 
Tegenwoordig geeft Jeroen zelf les in lied performen aan de Amsterdamse Toneelschool en Kleinkunstacademie. Wat is het belangrijkste dat hij zijn studenten leert? Jeroen: "Dat muziek niet eng is. Bij mij moeten ze voor het eerst een lied zingen dat ze zelf hebben uitgekozen. Een lied is eigenlijk niets anders dan een monoloog die je toevallig zingt. Om in hun hoofd die knop om te krijgen, daar ben ik wel die volle lesperiode van zes weken mee bezig. Ik leer ze dat ze zich vertrouwd voelen en de zaal inkijken". Ziet Jeroen de talenten al zitten tussen zijn studenten? Jeroen: "Ja! De school wordt steeds beter, de kwaliteit gaat omhoog. En elke twee jaar is er een wonder waarvan je vindt: die is zo fantastisch! Maar verder verbaas ik me af en toe wel  over wie boven komt  drijven en wie niet. Je kunt natuurlijk wel zien wie er goed zijn en wie minder, maar dat is deels een kwestie van smaak. En wie het commercieel goed gaan doen, wie geschikt zijn om mee te doen in producties of films, dat is toch eigenlijk een gok". 
 
Na hun diplomering wonnen Niels en Jeroen 'als door een wonder' in 2005 het Amsterdams Kleinkunstfestival. Jeroen: "Achteraf hadden we beter even kunnen wachten met inschrijven, hoewel het allemaal prachtig gelopen is. Het was opnieuw hoogmoed die hier speelde". Heb je die als jonge artiest niet gewoon nodig? Jeroen: "Ja, ik denk het wel. De studenten die ik lesgeef denken ook dat the sky the limit is. Dat laat ik ook lekker zo. Ik ga ze helemaal niet vermoeien met hoe moeilijk het is als je eenmaal van die school af bent. Je moet nu gewoon leren wat je kunt leren en vervolgens komt het leven vanzelf wel". Ondanks het winnen van de juryprijs werden Jeroen en Niels door de pers neergesabeld. "We waren daardoor allebei heel erg van slag", vertelt Jeroen, "op fora voor cabaretliefhebbers werden we uitgescholden. Iedereen vond dat Pieter Derks had moeten winnen". Hoe is de verstandhouding nu met Pieter? Jeroen: "Prima! We zijn goed bevriend".
 
De doorbraak voor Jeroen en Niels kwam na de oudejaarsconference van 2010, waarin Jeroen en Niels optraden met Erik van Muiswinkel. Dit succes had Jeroen niet zien aankomen. "Dat is gek eigenlijk, he?"zegt hij. "Ik heb altijd met theater bezig willen zijn en ik heb me er altijd heel erg in thuis gevoeld. Maar succes, daar was het me gek genoeg eigenlijk niet om te doen. Dat is een verschil tussen Niels en mij. Hij is heel ambitieus terwijl ik alles wat er nu met ons gebeurt zie als een soort bonus, als een cadeau wat we krijgen. Ik geniet er heel erg van en ik ben heel gelukkig op dit moment. Ook omdat ik denk: het kan zo weer voorbij zijn. Als mensen iets anders interessant vinden rennen ze met z'n allen daar weer naartoe. Dat gaat onherroepelijk vroeg of laat gebeuren". Maar Freek de Jonge is er toch ook nog steeds? Jeroen: "Als ik Freek was, was ik allang gestopt. Hij vindt zelf dat hij nog steeds het beste is dat er is. Misschien is dat ook wel zo, maar hij is niet meer het meest populaire wat er is".
 
 
Jeroen en Niels zijn nog steeds zo goed als onafscheidelijk. "Ik zou er niet aan moeten denken om alles alleen te moeten maken", zegt Jeroen. "Niels heb ik altijd bij me, het is op het ziekelijke af. Het Nieuwe Lied is eigenlijk de enige plek waar we niet samenwerken". Jeroen voelt zich thuis in een duo, maar vindt het ook fijn om deel uit te maken van een groep. Met 'Stanley en de Menzo's' (Steef Hupkes, Martijn Hillenius, Henry van Loon en Niels van der Laan) zingt hij acapella covers 'van Beyoncé tot André Hazes, echt alles', waarvan de vijfstemmige arrangementen door  Jeroen en Niels gemaakt worden. Corny', dat is ons handelsmerk", zegt Jeroen, "wat betekent: expres heel smakeloos. Op een avond van ons val je van de ene verbazing in de andere". Er staat voor de tweede maal een Kerstshow in Bellevue in de planning. Jeroen: "We timmeren de boel helemaal vol met kerstballen en bomen, totale kitch". 
 
In 'De Kwis' stelt Jeroen wekelijks samen met Rob Urgert, Joep van Deudekom en Niels van der Laan de actuele gebeurtenissen van de afgelopen week aan de kaak. Jeroen: "Dat is 'van dik hout zaagt men planken',  harde grappen, even de dingen helder zetten. We zijn ons heel bewust van het podium dat we hebben. Het is op zaterdagavond, prime time, het moment dat je met het hele gezin op de bank zit'. Vinden er politieke discussies plaats in de voorbereiding naar de uitzending? Jeroen: "Ja, zeker. Natuurlijk zijn we het niet altijd met elkaar eens. In het spanningsveld tussen ons, daar ontstaan de grappen". Over Fred Teeven lijken de heren het in elk geval volkomen eens te zijn. Jeroen: "Ja, elke uitzending komt een keer langs dat hij een lul is. Gek genoeg zit hij er nog steeds". Over de onderwerpen zegt Jeroen: " We proberen wel alles langs te laten komen, maar het lukt niet om overal een intelligente mening over te hebben. We gaan soms niet zo diep op de dingen in als we zouden willen. De grap is het belangrijkst. Jammer genoeg sneuvelt dan soms de inhoud".
 
Een stuk milder is Jeroen in de voorstellingen van 'Van der Laan en Woe'. "We moeten twee jaar met een voorstelling doen. Daar kunnen we de actualiteit van nu niet in kwijt, want die is volgende week anders. We moeten iets algemeners bedenken en daardoor wordt het misschien wat minder scherp". Jeroen vervolgt: "We proberen een tijdsgewricht te pakken. Ons thema voor onze nieuwe voorstelling ('Alles eromheen') is dat mensen een onwijze behoefte blijken te hebben aan hetzes. Je hoeft in de politiek of op een podium maar een foutje te maken, of dat wordt in de media en via de social media meteen enorm vergroot. Er moeten vervolgens excuses aangeboden worden". In 'Alles eromheen' zit een sketch waarin iemand z'n profielfoto verandert en van mening is dat iedereen dat moet doen. "Zoals dat na de ramp met de MH17 gebeurde", vertelt Jeroen, "wij vinden zoiets stom. Het heeft iets ijdeligs, van: kijk mij het eens erg vinden". Als Jeroen en Niels dat brengen voelen ze  een schok door de zaal gaan. Jeroen: "Dat ligt gevoelig. We realiseren ons dat mensen die dat doen bij ons in de zaal zitten. Toch willen willen het heel voorzichtig aankaarten. Zodat de mensen die het ook belachelijk vinden erom kunnen lachen en de mensen die het doen snappen waarom wij er tegen tekeer gaan". Komen mensen niet juist naar het theater om een spiegel voorgehouden te krijgen? Jeroen: "Dat zou wel mooi zijn maar in die zin is de tijd wel een beetje veranderd. Echt een ongenuanceerd pak op je broek krijgen, daar zijn mensen niet heel erg van gediend. We willen het  onderwerp zo brengen dat de toeschouwer zelf ziet hoe belachelijk het eigenlijk is". Jeroen wil zijn publiek dus iets meegeven? "Ja, maar ik heb niet de illusie dat ik mensen op andere gedachten kan brengen. Ik vind het vooral fijn dat er gelachen wordt om dingen waarover ik me opwind. Omdat je juist dan het gevoel krijgt dat je niet alleen bent". 
 
 
Met Het Neuwe Lied treedt Jeroen met enige regelmaat op. Hij zingt dan vooral liefdesliedjes, zoals ze ook op zijn CD staan. "Voor die liedjes is in onze voorstellingen en 'De Kwis' echt geen plek. Ik vind het ook niet zo'n urgente vorm. Het is heel leuk om ze te maken maar ik heb niet het idee dat  iedereen ze moet horen, dat ze belangrijk zijn. Het Nieuwe Lied is kleinschalig en dit clubje van gelijkgestemden zie ik als de perfecte plek om het schrijven en zingen van dit soort liedjes  te blijven ontwikkelen". Schrijft Jeroen zijn liedjes voor een speciaal persoon? Jeroen: "Het zijn meestal fantasietjes Het begint bij een echt iemand en dat loopt dan vervolgens uit de hand. Ze blijven komen, die liedjes, soms met een mooie zin die ik wil uitwerken. Ik moet altijd oppassen dat ze niet te zoet worden, dat mensen gaan denken: O Jeroen dat is een zoete kwal". Het nummer van zijn cd 'Je moet blijven neuken' is niet echt zoet te noemen. Jeroen: "Nee,  ik heb ook een paar wat scherpere en deze is wat grof". Hoe kwam Jeroen op dit lied? "Het was regisseur Gijs de Lange die dit zei: om je relatie te redden moet je blijven neuken. Als je daarmee stopt gaat het fout. Ik vond dat zo grappig, dat ik er een lied over wilde schrijven. Het was eerst en heel vrolijk lied, maar dat werkte niet. Niels heeft er toen de muziek bij gecomponeerd. Hij zei: Je moet het juist heel serieus menen, dit lied moet echt uit je tenen komen. Dus heeft hij er heel gedragen, bijna Brel-achtige muziek bij geschreven. Tjeerd heb ik gevraagd er een strijkarrangement bij te bedenken. Ik vind hem een muzikaal genie. We hebben het totaal over de top aangepakt, vanwege de humor. Het lied heeft dus een lange weg bewandeld". Durft Jeroen het ook uit te voeren op de planken? "Ja, het is wel een heel spannend lied om te zingen. Er gebeurt wat met je publiek. De tekst is wel een beetje lomp geformuleerd, maar ik geloof dat het waar is. Ik denk dat mensen zich bij het horen van dit lied een beetje betrapt voelen". 
 
Voelt optreden met HNL in Klein Bellevue hetzelfde als met 'Van der Laan en Woe' voor een uitverkochte zaal? Jeroen: "Dat voelt totaal anders, HNL is veel spannender. Omdat ik alleen ben en omdat ik iets doe waarvan de vorm veel minder in beton gegoten is. De voorstellingen met Niels zijn zo af, die zijn tot op de seconde hetzelfde. Ik weet precies hoe het publiek waarop reageert. In Bellevue word je echt op je vingers gekeken en daar moet je het ook echt menen want anders pikt niemand het. Je bent een stuk kwetsbaarder en tegelijk is het een kwetsbaarheid waar je niets aan hebt. We staan daar soms een beetje te stuntelen met dingen die we net bedacht hebben. Maar we zijn wel een singer-songwritercollectief dus je mag wel verwachten dat er goed gezongen en gemusiceerd wordt. Dat is ons doel, om dat wat steviger te krijgen. Af en toe is het nog iets te onhandig.  Iets teveel van het charmante. Dat mag zo blijven, hoor, maar af en toe moet je dat even wegblazen met iets wat je heel goed kan. Ik denk dat HNL daarbij gebaat zou zijn. 
 
Wat is Jeroens 'Ultieme Lied? Jeroen: "Dat vind ik een hele moeilijke vraag. 'Red mij niet' van Maarten van Roozendaal vind ik het mooiste lied dat ooit in Nederland is geschreven. Dat lied gaat over hem persoonlijk èn over de wereld. De voorstellingen van Niels en mij zijn maatschappelijk geëngageerd, mijn liedjes in Bellevue gaan over persoonlijke dingen. Ik vind het knap als het mensen lukt om dat grote en dat kleine bij elkaar te krijgen en er ook nog heel mooie muziek bij te componeren. Mijn droom is eigenlijk om een Beatle, een rockster te zijn". Was Jeroen dat liever dan caberetier? Jeroen: "Stiekem wel, maar dat gaat natuurlijk nooit gebeuren. Mijn ultieme lied is toch wel 'Ticket to ride' of 'Come together'. Een lied met héle goede muziek, dat wil ik nog wel eens schrijven". 
Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign