Eefke den Held: Solo maar niet alleen

Eefke den Held als zangeres, artistiek leider en als mens voortdurend in ontwikkeling


Vrouwelijk en stoer, kwetsbaar en sterk, afwachtend en leidend, serieus en goedlachs. Het is zoeken naar woorden om de fragiel ogende zangeres, initiator en artistiek leider van Het Nieuwe Lied te beschrijven. Met haar sprekende groene ogen kijkt ze onbevangen de wereld in. Haar bewegingen zijn bedachtzaam. Als ze aan het woord is kiest ze haar woorden zorgvuldig. Haar zang is zo zuiver dat je vreest dat je wijnglas zal springen. Ze weet je te raken. Haar tere liedjes komen krachtig binnen.  

 


Eefke den Held (1981) is opgegroeid in Amsterdam, maar haar wieg stond in Monze (Zambia): "Mijn vader is landbouwdeskundige, hij heeft veel in Afrika gewerkt. Twee jaar na mijn geboorte zijn we naar De Jordaan verhuisd". Eefke zegt geen herinneringen te hebben aan de periode in Zambia. Haar jeugd, als middelste in een gezin van drie kinderen, was heel beschermd. "Mijn moeder is pedagoge, wat wil je nog meer", lacht ze. "Mijn ouders zijn altijd heel stimulerend geweest. Eigenlijk fantastisch als ik daar over nadenk. Ze hebben me nooit ergens heen gestuurd. Ze hebben me wel enorm aangemoedigd om me in een richting te ontwikkelen waar mijn fascinaties en interesses lagen. Natuurlijk hadden ze hun eigen ideeën en daar waren ze ook heel uitgesproken in. Maar ik heb nooit het idee gehad dat hun opvattingen ook de mijne moesten zijn. Ik werd altijd aangemoedigd om zelf na te denken en mijn eigen keuzes te maken. Wat ik wel heb meegekregen is dat ik iets waar ik aan begin ook af moet maken. Daar ben ik ze heel dankbaar voor". Opgeven is voor Eefke niet snel een optie. "Als je doorzet, ook als het even niet leuk meer is, kun je daarna vaak trots zijn op wat je hebt afgerond".


Eefke was als kind geen verlegen, maar wel een serieus meisje. "Dat begint er nu pas een beetje af te gaan", zegt ze. Was de kleinkunstacademie dan wel een logische keus? Eefke: "Kleinkunst is meer dan alleen leuk een liedje zingen. Mijn collega's en studiegenoten zijn ook vrij serieus over hun vak. Dat is juist waar je elkaar vindt op zo'n opleiding". 'Het Nieuwe Lied' past volgens Eefkes eigen analyse in de lijn der verwachting. "Ik was als jong meisje al ondernemend, zorgde er op school bij toneel voor dat iedereen er iets leuks van maakte. Ik was bezig met taal, schreef tekstjes en verhaaltjes. De liedjes kwamen wat later, met een jaar of tien".


Eefke wilde al heel jong zelfstandig zijn. "Ik had baantjes, wilde geld verdienen. Ik was veel uit huis, wilde andere mensen leren kennen. Ik had vriendinnen die ik wilde opzoeken, in een andere stad of in het buitenland. Ik schreef brieven. In die zin was ik serieus. Ik was niet de hele tijd maar aan het buiten spelen". Waar haar liedjes in die tijd over gingen? "Het was maar net waar ik naar luisterde op dat moment, dat ging ik nadoen. Het ging bijvoorbeeld over liefde terwijl ik daar nog geen kaas van had gegeten. De allereerste gedichtjes waren allemaal kindergedichtjes. Niet zozeer Annie MG Schmidt, maar meer als Nannie Kuiper. En Kinderen voor kinderen vond ik toen ook erg mooi".


Eefke won als tienjarige een schrijfwedstrijd en een brief werd gepubliceerd in 'Achterwerk', de kinderrubriek op de achterzijde van de VPRO-gids. "Op die manier kwam wat ik schreef al een beetje in de buitenwereld", zegt Eefke, "maar ik deed het vooral omdat ik het leuk vond, gewoon voor mezelf". Eefke ging meer zingen en raakte geïnspireerd door haar zanglerares die ze mooi en stoer vond. Eefke: "Ze zei dat je op de kleinkunstacademie kon dansen, zingen en toneelspelen. Dat vond ik allemaal leuk. En het woord 'kleinkunst' sprak me aan. Dat was eigenlijk alles wat ik wist van die opleiding".

 


Na haar middelbare school ging Eefke op kamers en startte ze met met een studie zang aan het conservatorium. Maar omdat jazz niet echt haar richting was en ze er met haar voorliefde voor Nederlandstalige liedjes weinig kon beginnen, stapte ze toch over naar de kleinkunstacademie. "Ik heb me daar echt op mijn plek gevoeld", vertelt Eefke. "Maar het was wel haat-liefde hoor", voegt ze daaraan toe. "Het is wel een gek soort opleiding. Het is niet altijd leuk om 'in het echt' te gaan doen waar je onbewust spelenderwijs altijd al mee bezig bent geweest. En het was paradoxaal. Je moet heel vrij zijn en tegelijk zit je in zo'n klasje en volg je een opleiding. Dat is iets waar ik nog niet uit ben: kan dat eigenlijk wel, iemand in dit vak opleiden. Ik leerde heel veel technieken en ik leerde mensen kennen. Ik wil niemand tekort doen, maar als ik terugkijk zijn er maar één of twee leraren die echt voor mijn leven iets betekend hebben. Verder waren het toch lesjes en was ik een leerling". Ze besluit: "Het begon pas echt toen ik  daarna in de grote boze wereld kwam".


Tijdens haar stage en na haar afstuderen speelde en zong Eefke bij theatergroep Flint. Daarna volgden Het Laagland theater, Het Klokhuis en zong ze als backing-vocal in de theatertour van Jenny Arean. Eefke: "Ik heb verschillende dingen gedaan die op mijn pad kwamen. Tijdens en na de tour van Jenny ben ik eigen Nederlandstalige liedjes gaan maken. Na het Laagland theater ben ik daarmee voor het eerst het podium opgegaan".


Eefke speelde op open podia zoals De Engelenbak. "Ik merkte dat ik hier niet echt verder mee kwam", vertelt ze. "Als je daar opkwam, waren er al drie anderen voor je geweest die iets heel anders gedaan hadden. Dan had je een kwartiertje om op te treden voor datzelfde publiek dat misschien al de concentratie had verloren. Ik dacht: hier kom ik niks te weten over mijn werk. Ik miste ook de samenwerking met collega's, mensen met wie je het erover kon hebben. Om iets te ontwikkelen heb je een hele goede omgeving nodig". Ondertussen zag Eefke haar vriend Daniël Arends groeien bij Comedy Train. Eefke: " Ik vond het zo mooi om te zien dat ze daar allemaal voor zichzelf iets tot stand brachten en toch verbonden waren aan elkaar, elkaar hielpen om beter te worden en tegelijk kritisch waren. Dat zou er ook moeten zijn voor Nederlandstalige liedjes, bedacht ik".


Toen Eefke een halfjaar in Brussel doorbracht schreef ze daar een plan. Eenmaal terug in Nederland zocht ze contact met de initiator van Comedy Train: Raoul Heertje. "Dat was heel goed. Hij heeft me groen licht gegeven, zo zie ik dat", zegt Eefke. "De manier waarop hij erover praatte, dat sprak mij onmiddellijk aan. Het leuke aan Raoul is dat hij een zekere lichtheid heeft. Hij wees op moeilijkheden die ik kon tegenkomen, maar ook op het interessante daarvan. Hij moedigde me aan en zei: ga het maar doen". Eefke twijfelde of er mensen zouden willen instappen bij 'Het Nieuwe Lied'. "Ik had nog niemand benaderd, zelfs nog niemand in gedachten", zegt Eefke daarover. "Ik dacht wel: ze moeten het echt, ècht willen! Raoul verzekerde me: ze zijn er wel".


"Vergeleken met standuppers zijn singer-songwriters wel een ander soort mensen", vertelt Eefke. "Wij zijn serieuzer en liever, meer op harmonie gericht. Minder uitgesproken en we hebben minder grote ego's. Muziek is iets dat duidelijk bindt". Eefke heeft gemerkt dat het publiek er een enorme behoefte aan heeft dat de leden van Het Nieuwe Lied niet alleen solo, maar ook samen liedjes zingen en spelen. Eefke: "Het is heel verleidelijk om dat veel te doen. Ik zie dat daarvan een kracht uitgaat". "Maar", voegt ze daaraan toe: "Ik zal altijd bewaken dat onze samenwerking betekent dat je elkaars krachten uitwisselt en niet dat je elkaars zwaktes verbloemt".


Potentiele nieuwe leden van Het Nieuwe Lied krijgen de kans een keer als gast op te treden. "Of we komen kijken bij een open podium waar hij of zij speelt", vertelt Eefke. Is er veel twijfel in de groep, dan heeft zij vetorecht, samen met Thijs Maas die co-artistiek leider is. Eefke: "Het wereldje is heel klein. Ik vind het altijd heel bijzonder als iemand interesse toont in wat we doen. Ik probeer daar dan wel gehoor aan te geven en te kijken of het past". In de groep hebben de afgelopen vijf jaar wat wisselingen plaatsgevonden. "De beweging die in de groep zit, is eigenlijk altijd steeds heel natuurlijk geweest", zegt Eefke. "Als iemand er niet meer in paste, was dat omdat hij of zij zich anders had ontwikkeld, andere prioriteiten had. Het is vrij specifiek wat we doen, dat moet je maar net willen. Je kunt uit elkaar groeien".


Als artistiek leider wil Eefke weten wat er leeft in de groep. "Het is een kwestie van veel met elkaar praten", zegt ze. "Samen besluiten we wat leuk is, waar iedereen blij van wordt, waarmee we het publiek iets bieden. Ieder is vrij in de keuze van liedjes. Er is wel een zekere opbouw van de avond. Als je als eerste optreedt, kun je niet een heel experimenteel kwartier brengen. Als je op de tweede op derde plek zit kun je wat meer experimenteren. Het laatste optreden moet weer heel stevig zijn, want daarmee stuur je het publiek naar huis. Die verantwoordelijkheid heb je op zo'n avond".


De opzet van Het Nieuwe Lied is dat er nieuw repertoire wordt gebracht. Eefke: "Dat is heel relatief, want wat is 'nieuw'. Het voordeel van liedjes is dat je ze in verschillende versies kunt brengen. We sporen elkaar wel aan om met nieuw materiaal te komen. Het is een goede stok achter de deur: voor Het Nieuwe Lied moet je nieuwe liedjes maken". Over de onderlinge samenwerking zegt ze: "Je kunt elkaar enorm helpen. Als je ziet dat een ander een sprong maakt die je zelf nog niet durft te maken helpt dat je vooruit. We hebben een klimaat waarin de mensen de moed hebben zich te ontwikkelen, iets moois te willen maken, zich hard te maken voor kwaliteit en elkaar daarop aan te spreken".

 


Op de vraag wat Het Nieuwe Lied Eefke gebracht heeft, antwoordt ze: "Misschien is het te vroeg om dat te zeggen. In eerste instantie beschouw ik mezelf als zangeres. Ik ben nu bezig met het ontwikkelen van een solovoorstelling en een eigen CD. Daarbij wil ik samenwerking gaan opzoeken, in de vorm van co-writing. Ik denk dat ik dankzij Het Nieuwe Lied een goed lied herken. Ik weet nu wat kwaliteit is, waar iets te geven valt. En wat het voor een publiek kan betekenen. Ik heb een bak aan ervaring opgedaan met alles wat erbij komt kijken, dus ook met het produceren. Dat is heel waardevol. Ik denk dat dit mij ook artistiek gevormd heeft, al is het alleen al dat ik weet te waarderen wat door een ander wordt gedaan. Het maakt me ook heel nederig.


Eén van de terugkerende onderdelen tijdens de optredens van Het Nieuwe Lied is 'Het Beloofde Lied'. Uit het publiek komt het verzoek een Engelstalige song te vertalen. "Dat vind ik heel erg leuk", zegt Eefke. "Het dwingt je anders te denken, het verbreedt je palet, je gaat op een andere manier schrijven. Ik vond het bijvoorbeeld heel inspirerend om met de teksten van Dylan aan de slag te gaan. Ik dacht: Wat is dit goed geschreven, wat is dit toch móói.  Het is heel goed om met andermans werk en met het talent van iemand anders bezig te zijn. Alleen moet je eerst zorgen dat je zelf heel stevig staat. Van daaruit kun je ook iets maken waar een ander in floreert".


De vraag dringt zich op of Het Nieuwe Lied ook een spanningsveld vormt. Als het erop aan komt, zijn de leden naast elkaars collega's en vrienden ook elkaars concurrenten. Eefke: "Je vertrouwt op je eigen krachten, je individualiteit, je eigenheid. Tjeerd zei laatst nog dat het zo mooi is dat we elkaar succes zo gunnen. Dat vind ik bijzonder. Het Nieuwe Lied verbindt ons aan elkaar: jouw belang is ook het belang van de ander. Als het niet goed met iemand gaat, is dat dus ook niet goed voor jou. En andersom, al is het niet zo dat we meeliften op elkaars succes. Als die verbinding er niet zo was, dan zou er iets mis zijn. Dingen als jaloezie, concurrentie, elkaar kapot willen maken, komen allemaal voort uit het feit dat je zelf niet goed bezig bent en niet in je kracht zit.


Binnen Het Nieuwe Lied ontwikkelt ieder zich in eigen tempo en in eigen richting. Zo speelde Peter van Rooijen bij 'Elite' en 'Circus Treurdier' en is hij te zien bij 'Treur tv', is Jeroen Woe succesvol met het televisieprogramma 'De Kwis' en het duo 'Van der Laan en Woe', staat Thijs Maas op de planken met 'Concert' en samen met Wilko in 'Goldmund'. "Dat is iets wat moet kunnen", zegt Eefke hierover. "De ontwikkeling hoeft niet voor iedereen gelijk op te gaan. Die gaat bij de één minder snel dan bij de ander. Het wil niet zeggen dat je niet voor de groep van betekenis bent als je nog niet net zo ver bent. Het gaat om een bepaalde mentaliteit. Wat je geeft aan het publiek, dat staat voorop. Dat kan een kwartiertje zijn. Gelijdelijk aan kun je dat uitbouwen naar een solovoorstelling. Het moet wel zo zijn dat je daar naartoe werkt".


De avonden die 'Het Neuwe Lied' het afgelopen seizoen in theater Bellevue (Amsterdam) en café-theater Zindering (Utrecht) verzorgde, waren geen gerepeteerde voorstellingen. Voor 2015 staan die wel gepland. Enthousiast vertelt Eefke: "We geven Nieuwjaarsconcerten in de Kleine Komedie, in Utrecht en in theater Pepijn (Den Haag)". Daarnaast wordt de bekende formule van maandelijkse 'samen solo-voorstellingen' voortgezet. Behalve in Bellevue, staan er optredens in theater Walhalla (Rotterdam) en Pepijn op het programma. "We gaan ook meer de cafeetjes in", zegt Eefke. "Dat hebben we in het begin ook heel veel gedaan. In een kleine bezetting gaan we naar het publiek toe".


Is liedjes schrijven en zingen een vak of een manier van leven? "Weet je, ik doe ook maar wat ik doe", antwoordt Eefke, "het is m'n vak, het is m'n werk. Dat bedoel ik positief, hoor, ik ben er heel bevlogen mee bezig. Maar ik begin steeds meer te begrijpen dat het ook goed is om er op die manier naar te kijken. Ik dacht eerder steeds dat wat ik maakte belangrijk moest zijn, dat je in een lied je hele leven moest vatten. Maar ik kom er steeds meer achter dat liedjes maar hele kleine schakeltjes zijn in de muziekgeschiedenis. Dat ze misschien iets kunnen betekenen voor wat daarna komt. Dat maakt je werk niet onbelangrijk, maar je leven hangt er niet vanaf".


Eefke schrijft geen liedjes met de intentie dat ze tijdloos moeten zijn en over honderd jaar nog gezongen moeten worden. "Ik weet zeker dat de liedjes waarmee dat gebeurt niet met die intentie geschreven zijn. Het geeft een soort lucht om dat los te laten en gewoon te denken: dit is wat ik doe. Waar ik wel van overtuigd ben is dat ik als geen ander weet waartoe ik in staat ben. Als dat er misschien nog niet helemaal uitkomt, is dat mijn probleem en van niemand anders. Ik wil mijn eigen keuzes maken en ervaringen opdoen. Daarom ga ik heel graag dat podium op. Om fouten te maken maar ook om successen te hebben".
Of Eefke zichzelf helemaal kent? "Nou... ik heb wel een visie, een fantasie, zie voor me wat mogelijk is. Er zijn van die uitspraken: wat je je kunt voorstellen is ook mogelijk. De mens is één van de weinige dieren die dat kan, waardoor we ons ontwikkelen. Het voorstellingsvermogen, fantasie, verbeelding, zijn een heel sterk goed. Je kunt dat op je eigen werk loslaten of op dat van anderen, een voorstelling, een CD. Het resultaat wordt altijd anders dan je denkt, daar moet je mee leren leven. Dat is vaak heel vervelend, maar als je erover nadenkt is het is ook echt fantastisch. De realiteit pakt net iets anders uit, maar daar zit ook het plezier"


Volgens Eefke gebeuren er veel dingen waarvan ze zich afvraagt: wat heb ik hier nou eigenlijk zelf in gekozen. Ze zegt: "Waar ik echt trots op ben, dat zijn de dingen waartoe ik met een hoge concentratie heb besloten en waar ik doelgericht aan heb gewerkt. Maar soms heb ik plotseling succes met een liedje dat ik gewoon op de fiets even heb geschreven. Dat mensen dat opeens mooi blijken te vinden, daar heb ik eigenlijk helemaal niks over te zeggen. Daar komt misschien dan weer die nederigheid om de hoek kijken. Je kunt niet alles zelf bepalen. Wat je kunt bieden is een hoge concentratie. Dat is waar ik bij Het Nieuwe Lied en bij mijn eigen werk op aan stuur. Het is volgens mij ook wat het publiek wil, iemand zien die toegewijd en heel geconcentreerd bezig is. Dat ontroert al. Er is bevlogenheid en moed voor nodig om een lied te maken over wat je op dat moment bezighoudt. Je maakt je zelf kwetsbaar, want mensen gaan daar iets van vinden". Of dat moeilijk is? Eefke denkt even na. Dan zegt ze: "Ja, waarschijnlijk is het heel moeilijk om je kwetsbaar op te stellen. Juist daarom heb ik 'Het Nieuwe Lied opgericht', omdat het zo eng is. Volgens mij wordt onderschat hoe spannend het is om een lied dat je met je eigen ideeën en stem en muzikaliteit gemaakt hebt voor het voetlicht te brengen. Daarvoor wil ik met Het Nieuwe Lied een veilige en levendige omgeving bieden. Maar het moet niet tè veilig en comfortbel worden. Je moet wel bereid zijn om uit die comfortzone te gaan".
Het Nieuwe Lied heeft de eerste vier jaar subsidie ontvangen van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. "Dat was fantastisch", zegt Eefke, "maar ik wil dat niet weer aanvragen. Ik denk dat het tijd is voor een reality-check. Ik vind dat wat we doen een plek in de markt verdient. Daar moeten we op aansturen en dat warme en veilige los durven laten. Zeggen: dit is wat we doen en hier zijn we nu. Het begint bij de overtuiging dat we over talenten beschikken en dat we liedjes maken die er nou eenmaal moeten zijn. Iemand kan ons vragen om op te treden. Dan komen we zingen".

 


Eefke zou zich een wereld zonder creativiteit, kunst, muziek en mooie liedjes niet voor kunnen stellen. "Dat zou verschrikkelijk zijn. Je zou een hele kale wereld overhouden", zegt ze. Op de vraag wat het voor haar betekent als het publiek geroerd is door wat ze zingt, antwoordt ze: "Een van de grootste complimenten is het als mensen zeggen: Ik wist niet dat Nederlandstalig zo mooi kon zijn, zo leuk. Daar word ik heel blij van. Ik denk dat het een diepe behoefte van de mens is om contact te maken. Ik vind het fijn als ik mensen bereik en helemaal als iets communiceert op de wijze zoals ik bedacht had en andersom. Daarom houd ik van theater, van live uitvoeren. Het is niet één richting, het is een wisselwerking, een spanningsveld. Het lijkt me dodelijk saai als dat er niet zou zijn. Een voorstelling is een vormgegeven iets van waaruit dingen heel diep kunnen raken. Het is minder vluchtig dan de wereld waarin we leven". Ze lacht: "Ja, het is heel belangrijk'.


Voor Eefke is de keuze om in het Nederlands te zingen vanzelfsprekend: "Mijn taalgevoeligheid is in het Nederlands gewoon het grootst. Dan begrijp ik het best hoe iets overkomt, hoe iets klinkt, waarmee het geassocieerd wordt". Bij een goed lied vallen volgens Eefke muziek en inhoud samen en versterken zij elkaar. "Je kan nog zo'n mooie tekst hebben maar die valt weg als de muziek niet om aan te horen is. Het mag wel schuren, zeker als dat een doel dient. Het hoeft niet allemaal mooi te zijn, maar ik denk wel dat een goed lied moet communiceren. Ik ben niet van het shockeren, of mensen wegjagen, daar zie ik het nut niet zo van in". Past het niet bij haar om grof te zijn? Eefke: " Bij wat ik nu maak is dat nog niet aan de hand. Dus blijkbaar niet, nee. Het hoeft niet allemaal zacht en lief en harmonieus te zijn. Maar als ik nu zou gaan zitten en zou gaan proberen een shockerend lied te maken, zou dat helemaal niet werken. Dat zou iemand anders voor mij moeten schrijven. Hoe dat dan overkomt, daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar".


Eefke vindt dat je moet doen wat bij je past. "Ik geloof niet in een compromis. Je moet als het even kan bij je kracht blijven. Het artistieke doel dat je hebt, daar moet je trouw aan zijn. Naar een publiek toe buigen is niks. Jij bent de artiest en die bepaalt wat ze mooi vindt". Is dat een blijvende ontdekkingstocht? Eefke: "Dat weet ik niet zo goed. Ik geloof wel dat dingen moeten mislukken. Maar ook dat is relatief, want tegelijk vraag ik me af: wie vindt dat dan. Zijn dat de critici, en wat is dat waard. Nederland is een klein landje. Als je eenmaal met één ding bekend bent wil men dat je dat steeds blijft doen. Het is aan de artiest om daar niet per se naar te luisteren. Maar het is ook belangrijk te waarderen dat de mensen iets mooi vonden. Dan hebben we het weer over communicatie, dat je blijkbaar iets te geven hebt en dan moet je dat ook doen".


Sinds twee jaar Is Eefke moeder van een dochter. Op de vraag hoe dit haar leven en dus haar liedjes beïnvloedt, zegt ze: "Alles is anders, zo voel ik dat. Het heeft me enorm verrijkt, als vrouw ben ik erdoor gegroeid. Ik sta op heel veel vlakken bewuster in het leven en tegelijkertijd ook lichter. Ik beleef alles anders: tijd, vriendschappen, familie. Ik ben me er veel bewuster van hoe kwetsbaar we zijn. En tegelijkertijd is het ook het meest levendige dat ik ooit heb meegemaakt. Ik denk: ja, dit is het, dit is het leven!" Eefke vertelt dat zij sinds ze moeder is meer behoefte heeft aan lichtere muziek: "Daarvoor was het allemaal drama en zwaar, nu geniet ik van een mooi, licht lied". Ze verzucht: "Er is zoveel moois waar je over kan zingen".

 

Terug naar overzicht

23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign