23 juni 2015

Jan Groenteman: "Beginnen bij het idee, niet bij de uitkomst"

Het lijkt of voor hem de zon altijd schijnt. Hij heeft het nodige meegemaakt maar is zijn positieve instelling niet verloren. In zijn liedjes klinkt een vrolijke levenslust door. Zware onderwerpen worden luchtig zodra hij erover zingt. Liedjeschrijver, componist, pianist en singer-songwriter Jan Groenteman is een zachtaardige jonge vader, die zijn hart verpand heeft aan zijn vrouw en kinderen. Maar zijn eerste grote liefde is toch wel de piano.

 


Het was 1980 toen Jan Groenteman als kersverse Amsterdammer op de wereld kwam. Zijn broer Piet was hem voorgegaan en hij werd gevolgd door broer Kees (die zijn naam tegenwoordig anders spelt: 'Keez'). Jans ouders musiceerden niet. Toch stond er een piano in de kamer, een erfstuk van oma. Jan was nog een kleuter toen het instrument al een enorme aantrekkingskracht op hem had. "Af en toe kwamen er vriendjes die pianoles hadden", vertelt Jan. "Als zij gingen spelen keek ik dat af en ging het naspelen. Dat was mijn grootste fascinatie. Op een gegeven moment hebben mijn ouders mij dus maar op pianoles gedaan. Met piano spelen ben ik nooit meer opgehouden".


Jan omschrijft zichzelf in die tijd als een 'rustig jongetje'. "Mijn oudere broer was heel druk, die zocht de grenzen op", zegt hij. "Piet deed alles wat niet mocht. Ik was het tegenovergestelde, ik was braaf en deed mijn best op school". Het ontbrak Jan niet aan temperament: "Ik kon wel verschrikkelijk driftig zijn. Af en toe ging ik met dingen gooien. Piet wist precies op welke knoppen hij moest drukken om mij kwaad te krijgen". Jan vertelt dat hij als klein ventje slecht tegen zijn verlies kon. "Ik hield erg van voetballen. Als ik verloor moest ik eerst een rondje om het veld lopen voor ik met mensen kon praten. Dat had ik mezelf geleerd. Mijn ouders hoopten altijd dat ik won op zaterdagochtend, anders was ik niet te genieten. Het weekend was wel een beetje verpest als ik verloren had". Was een drumstel goed geweest voor deze kleine driftkop? Jan: "Piet had een drumstel. Af en toe ging ik wel eens de schuur in om me uit te leven".


Jan groeide zorgeloos op in het warme gezin, totdat op zijn elfde jaar zijn leven "180 graden draaide", zoals hij het zelf noemt. Jans oudere broer Piet kreeg leukemie. Er volgden ziekenhuisopnames en chemobehandelingen en na twee jaar overleed Piet op de leeftijd van 15 jaar. "Dat heeft me wel gevormd, hierdoor werd ik snel volwassen", zegt Jan hierover. "Het heeft me heel snel de relativiteit van alles doen beseffen. Meer dan mijn leeftijdsgenoten realiseerde ik me dat alles vergankelijk is en dat niks vanzelfsprekend is. Ik heb er in mijn tienerjaren mee geworsteld hoe je daar richting en vorm aan geeft".


Piets dood had een enorme impact op het gezin. Jan: "We spraken er wel veel en goed over, maar iedereen verwerkt zoiets zo op zijn eigen manier. Ik heb altijd heel veel in de muziek kwijt gekund. De piano, de bandjes waar ik in speelde, de liedjes die ik schreef, die vormden voor mij letterlijk een uitlaatklep voor mijn emoties". Jan vervolgt: "Ik ben niet zo’n makkelijke prater. Kort geleden stelde ik me voor aan een nieuwe groep mensen waarmee ik ging werken, samen met mijn vrouw Kiki. Dan vertel je even wie je bent en uit welke familie je komt. Op zo'n moment moet ik altijd de keuze maken: zeg ik dat ik één broer heb, wat ik meestal doe. Of zeg ik: ik heb twee broers, maar één is er niet meer. Dan is het meteen een heel ander soort gesprek. Voor dit interview dacht ik: ik kan beter het hele verhaal vertellen".

 


Na de HAVO besloot Jan verder te gaan in de muziek. Terwijl hij erg geïnteresseerd was in popmuziek ("Ik speelde alles van de radio mee en schreef zelf ook liedjes"), koos hij voor het conservatorium dat vooral klassiek- en jazz geörienteerd is. Jan: "Ik had auditie gedaan op een paar plekken. In Amsterdam kon ik één dag per week de vooropleiding doen. In Tilburg kon ik vijf dagen per week terecht en meteen een aantal vakken op eerstejaarsniveau volgen. Ik wilde heel graag fulltime aan de gang dus koos ik voorlopig voor Tilburg. Het beviel me daar erg goed, dus ben ik daar gebleven".


Vonden zijn ouders het moeilijk hem te laten gaan? Jan: "Dat lieten ze niet zo blijken. Ze gunnen mij en Keez heel erg onze vrijheid. Ik was altijd een brave jongen dus ze vertrouwden erop dat ik geen stomme dingen ging doen". Heeft hij inderdaad geen stomme dingen gedaan? Jan: "Nee, dat valt wel mee. Ik ben geen wilde vrouwenverslinder en drugs zijn niet mijn ding. Ik ben best wel saai, eigenlijk".


Vanuit Tilburg maakt Jan een tijdelike overstap naar het conservatorium in Rotterdam. "Ik dacht: straks ben ik 23 en dan ben ik klaar. Ik wilde nog ergens anders naartoe", vertelt hij. "Daar heb ik het heel zwaar gehad. Ze waren in Rotterdam heel erg op de traditionele jazz gericht. Die basis is daar heel belangrijk, wat natuurlijk ook goed is. Maar ik kwam bij een docent terecht met wie het helemaal niet klikte. Hij was heel negatief over mij en mijn spel. Ik merkte dat ik geen lol meer had in muziek maken. Ik was alleen maar bezig met: hoe vinden zij dat het zou moeten klinken. Terwijl ik altijd de behoefte heb om mijn eigen dingen te doen en mijn eigen dingen te schrijven. Na 2 jaar ben ik weer teruggegaan naar Tilburg en heb daar examen gedaan. In Tilburg waren ze heel blij. Het was een soort overwinning op het conservatorium van Rotterdam, dat veel groter en heel prestigieus is. Toen ik zei: ik wil weer terug komen, ging daar de vlag uit: Jan komt weer terug!"


Op het gebied van tekstschrijven is Jan een autodidact. "Dat heb ik geleerd doordat ik van jongs af aan een groot liefhebber ben van het Nederlandstalige lied", zegt hij. "André Hazes was mijn eerste grote liefde. Toen ik drie was draaide ik zijn platen al grijs. Ik wist niet waar hij over zong maar ik zong alles netjes mee. Wat mij heel erg aansprak in André Hazes was zijn puurheid. Hij was zo direct vanuit zijn gevoel in alles: in tekst, in muziek en in hoe hij zong. Dat heeft mij ontzettend geraakt. Dat is iets wat ik altijd mee wil nemen in hoe ik schrijf: dat het in de eerste plaats vanuit het gevoel is". Hoe werkt dat als Jan voor anderen schrijft? "Dan vind ik het altijd heel fijn om in gesprek te gaan met de uitvoerende artiest, om te ontdekken wat hem of haar aanspreekt en waarin ik kan meevoelen"


Jan schrijft naast repertoire voor artiesten ook muziek en liedjes voor theatervoorstellingen, waaronder "Een Wintersprookje', dat in het M-lab werd opgevoerd en waarvoor Jan tweemaal genomineerd werd voor de 'Musical Award'. "Als ik voor theater werk, is de toneeltekst het uitgangsunt. Daar schrijf ik een liedje bij. Het begint altijd met een idee. Als dat helder is en de opdracht duidelijk, dan kan ik snel werken. Ik kan wel goed met deadlines omgaan". Moet een idee niet eerst een paar maanden sudderen? Jan: "Soms wel. Als er geen deadline is, kan het langer duren. Ik heb nu een lied dat bijna klaar is. Met het idee hiervoor heb ik bijna een jaar rondgelopen. Als je in opdracht schrijft heb je die ruimte niet".


Wat is er eerst: de muziek of de tekst? "Het gaat vaak samen", antwoordt Jan. "Een zin is het begin. Daar vandaan bouw ik verder, tekst en muziek samen". En hoe zit dat met alle partijen eromheen? Jan: "Ik schrijf meestal niet voor grote bezettingen, maar voor een bandbezetting of een kleine groep muzikanten. Ik vind het ook altijd leuk om met de muzikanten samen iets te maken. Om tijdens het repetitieproces te kijken wat past. Zo werk ik vaak samen met mijn broer Keez die gitaar en drums speelt". Jans jongste broer is een drummer? Jan: "Piet drumde, Keez is dat ook gaan doen. Het toestel stond er toch".

 


Ook met Tjeerd Bomhof ('Dazzled Kid') werkt Jan graag samen. "Dat is een zanger en vooral een hele goede songwriter", vertelt Jan. "Hij was een van de beste vrienden van Piet. "Hij schrijft voor heel veel grote artiesten in Nederland. Hij vroeg mij op een gegeven moment als toetsenist. Ik heb anderhalf jaar in zijn band gespeeld. We hebben op Pinkpop gestaan, op het Museumplein, in Paradiso en de Melkweg. Het was fantastisch om mee te maken. Dat zijn momenten waarop ik me wel even probeer te realiseren: ik sta hier nu! Gewoon met Tjeerd, Piet z’n oude vriend, maar ook mijn vriend van vroeger. Wat ik heel leuk vind is dat wij nu regelmatig samen een nummer schrijven. Dat is heel inspirerend. Het is voor mij heel tof om met iemand samen te werken die zo perfectionistisch is". Is Jan dat niet? " Ja, zeker, maar hij is de overtreffende trap van perfectionistisch. Soms word ik er knettergek van, maar hij heeft eigenlijk altijd gelijk en het resultaat is er dan ook wel naar".


Is Jan wel eens bang dat een artiest een lied dat hij heeft geschreven op een andere manier uitvoert dan hij het bedoeld heeft? "Dat risico heb je altijd als je voor anderen schrijft", antwoordt Jan, "daar heb je uiteindelijk weinig invloed op". Als Jan gevraagd wordt wat de uitdaging is van het schrijven voor anderen, zegt hij: "Dat je je kan voorstellen wat bij die persoon past. Ik ben van muziek gaan houden door naar de radio te luisteren. Eén van de grootse kicks die ik nu kan krijgen is dat mijn liedje op de radio wordt gedraaid. Dat dit gebeurt als ik het zelf uitvoer is voorlopig nog niet aan de hand. Maar als een andere artiest, zoals Paul de Leeuw of Glennis Grace het doet en het komt langs, dan gaat de radio in de auto wel even voluit". Maar de argeloze luisteraar weet niet dat het een nummer van Jan Groenteman is. Jan: "Dat maakt mij niet uit, daar gaat het mij niet om. Ik vind het mooi dat wat ik heb bedacht een eigen leven gaat leiden, dat het werkt. Of dat een theatervoorstelling is, een lied dat door een artiest wordt uitgevoerd of iets dat ik zelf zing bij 'Het Nieuwe Lied': ik vind het fijn als mijn werk tot zijn recht komt. Het gaat mij om het feit dat het bestaat en dat het mensen raakt. Dat het ergens terecht komt en iets voor mensen gaat betekenen. Dat is waar ik het voor doe".


Heeft Jan last van het negatieve imago dat soms nog een beetje om het Nederlandstalige lied hangt? "Ik heb zelf ook wel lange tijd het vooroordeel gehad dat Nederlandse liedjes onder de maat zijn", antwoordt Jan. "Ik hield zelf wel heel erg van Nederlandstalig, maar toen ik op het conservatorium zat vond ik alles wat ik hoorde slecht". Hij vervolgt: "Ik was op een Nederlandse tekst veel kritischer dan op een Engelse. Het is ook echt moeilijk, een goede Nederlandse tekst schrijven".


Jan beschrijft hoe hij het Nederlandstalige lied herontdekte: "Op een gegeven moment was ik in 'Concerto', een muziekzaak hier in Amsterdam. Ik ging daar altijd naartoe om verschillende albums te luisteren en dan nam ik er een paar mee. Daar lag het eerste album van 'Spinvis', dat net was uitgekomen op 'Excelcior', een platenlabel waar heel veel goede Nederlandse bands bij zitten. Ik was dus wel geïnteresseerd. Ik wist niet wat ik hoorde! Ik twijfelde of ik het nou heel slecht vond of dat ik het heel goed vond. Ik heb in die zaak bijna het hele album afgeluisterd en wist niet: ga ik het nou kopen of niet. Uiteindelijk heb ik het gekocht. Dat album heb ik vervolgens thuis echt grijs gedraaid. Toen heb ik me gerealiseerd: er zit toch wel een enorme kracht in Nederlandstalige muziek. Die liefde voor het Nederlandse lied kwam weer helemaal terug".


Jan begeleidde een aantal jaren Paul de Leeuw in zijn theatershow. Hoe heeft hij dat ervaren? "Dat was een heel toffe baan", zegt Jan. "Paul is op alle vlakken een heel intens persoon. Maar ook heel warm, loyaal en goed voor de mensen met wie hij werkt. Hij zorgt heel goed voor je en is tegelijk zeer kritisch. Hij doet alles op zijn gevoel en op het moment dat iets hem niet aanstaat hoor je dat ook. Hij heeft altijd gelijk gehad, besef ik achteraf. Ik heb er veel van geleerd met hem te werken".

 


Samen met zijn vrouw Kiki Jaski vormt Jan het muziektheatergezelschap 'Groenteman en vrouw'. "We zijn nu bezig met onze derde voorstelling", vertelt hij. "Wat we doen noemen we 'reality-revue'. Dat is een theatervorm waarin we vanuit onderzoek naar een bepaald onderwerp werken. Kiki houdt interviews met mensen die met het thema dat we gekozen hebben te maken hebben. Daar leggen we een persoonlijk verhaal van ons naast. Kiki schrijft de teksten en ik schrijf daar liedjes bij". Hoe werkt dat, met je vrouw theater maken? Jan: "Heel goed!". Of ze het altijd eens zijn? "Dat niet", zegt Jan, "maar we hebben niet vaak ruzie. We hebben allebei ons eigen vakgebied. Kiki vanuit het theatervak en ik vanuit de muziek. We respecteren elkaar daarin. Zij heeft het laatste woord over tekst en ik over muziek. Daarnaast hebben we een heel goede dramaturg die ons ook uitdaagt: Ludo Costongs".


"Als je mij maar nooit vergeet' was de eerste voorstelling van Groenteman en vrouw. Het thema was 'oud worden'. Jan: "Kiki heeft toen vijftig bejaarden geïnterviewd. Het viel haar op dat bijna iedereen alleen over was. Toevallig vroeg ik Kiki net in die periode ten huwelijk. Dat werd een beetje de insteek van deze voorstelling: wij kiezen er nu voor om samen oud te worden, maar al deze verhalen zijn niet zo rooskleurig over de liefde en over relaties. Mensen overlijden, gaan uit elkaar, allemaal ellende. In onze voorstelling legden wij ons droombeeld van onze toekomst naast de harde werkelijkheid die we optekenden uit de monden van de ouderen die het allemaal al hadden meegemaakt".


De tweede voorstelling, 'Op zoek naar Jarmilla’, had verslaving als onderwerp. Voor hun komende voorstelling verdiepen Jan en Kiki zich in de dood. Jan: "Kiki is net begonnen met de interviews. De Oosterbegraafplaats is het startpunt van het onderzoek. Daar gaan we in januari ook spelen, twaalf keer op locatie. We willen het verhaal over mijn broer erin verwerken. Dat is onze persoonlijke link met het onderwerp. Zij heeft Piet nooit gekend, dat is best gek. Ik ben heel nieuwsgierig wat het gaat opleveren".


Denkt Jan ook aan zijn eigen dood? "Daar ben ik niet zo heel erg mee bezig", antwoordt hij. 'Hoewel, nu ik zelf 34 ben, onze dochter Koosje er is, dan denk je toch af en toe: Ik wil hier toch wel lang genoeg rondlopen om haar een goede start in het leven te kunnen geven. Ik ben gelukkig een optimist. Ik kan de dingen goed van de positieve kant bekijken. Ik denk dat ik daar geluk mee heb. Het helpt mij wel door dingen heen, zoals bij wat ik heb meegemaakt met Piet".


Is Jan als mens veranderd toen hij afgelopen jaar vader werd van dochter Koosje? Jan: "Ik zal je vertellen: ik was al vader. Ik was heel jong, 24, toen mijn oudste zoon Anton werd geboren. Twee jaar later kwam Emil. Mijn relatie met hun moeder was een beetje een sprong in het diepe geweest en is niet goed afgelopen. Zij is Deense en kon hier absoluut niet aarden. De breuk was onafwendbaar. Toen we uit elkaar gingen is zij met de jongens direct terug gegaan naar Denemarken. Dat is heel pijnlijk geweest. Het was een moeilijke periode, zeker de eerste jaren. Ik dacht: hoe kan ik vader voor hen zijn. Maar mijn ex heeft er gelukkig altijd aan meegewerkt dat ik ze kon blijven zien. Ik heb veel heen en weer gereisd. Bijna alle schoolvakanties komen de jongens hierheen. Ik heb ze altijd gehaald en gebracht, maar sinds een paar jaar vliegen ze onder begeleiding van een stewardess. Dat is een stuk gemakkelijker. Het zijn leuke, lieve, slimme jongens en heel sociaal. En dat ze hier een zusje hebben vinden ze heel leuk”.


"Nu ik weer vader ben geworden merk ik dat ik er meer aan toe ben en dat het op mijn persoon een grotere invloed heeft dan de eerste keer. Toen overkwam het me allemaal, nu ben ik me meer bewust van de verandering. Maar wat hetzelfde is, is dat je vanaf de eerste seconde zoveel houdt van dat kindje. Dat had ik bij Anton en Emil net zo. Dat is zoiets magisch, dat kan je aan iemand die geen kinderen heeft niet uitlegen. Het is iets dat groter is dan al het andere en het is er meteen".

 


Zijn Jans ervaringen met verlies, dood en geboorte een bron voor zijn liedjes? "Misschien wel", zegt Jan. "Alles wat je meemaakt zit als het goed is ook in wat je schrijft". En wat er verder in de wereld gebeurt? Jan: "Als ik al die ellende hoor en zie op het nieuws, al die bootvluchtelingen, dat vind ik verschrikkelijk. Als ik er over zing in mijn liedjes dan gaat het ook over de vraag hoe ik me hier toe moet verhouden. Ik heb een lieve vrouw, twee zoons, een dochter, een mooi huis. Ik doe wat ik leuk vind. En aan de andere kant zijn er zoveel mensen die het zo slecht hebben. Dat vind ik moeilijk. Als ik daar echt iets voor zou willen doen, dan zou ik mijn leven om moeten gooien. Dan zou ik moeten denken: oké, ik ga helpen in vluchtelingenkampen. Al het andere dat ik ermee doe voelt een beetje misplaatst. Wie ben ik om er iets over te zeggen in mijn paradijs".


In het nieuwjaarslied dat Jan voor Het Nieuwe Lied componeerde, zingt hij: 'Schepen vol kinderen vergaan, de afwas moet nog gedaan'. Jan: "Je ziet alles voorbij komen maar tegelijk maak je je druk over de vaat. Op Facebook zie je ook de geboorte van een kind en een petitie tegen kinderslavernij onder elkaar staan. Eigenlijk is dat bizar, wat moet je ermee. Je wordt in je leven met kleine kinderen zo in beslag genomen door de dagelijkse dingen, helemaal als je ook nog moet werken. Misschien heb ik later, als ik iets meer tijd en ruimte krijg, meer gelegenheid om stil te staan bij wat er allemaal in de rest van de wereld gaande is. Tenzij de dreiging heel dichtbij komt. Maar dat zie ik nu nog niet zo heel erg gebeuren gelukkig".


In 2010 sloot Jan zich aan bij 'Het Nieuwe Lied'. "Met Ludo van der Winkel, een contrabassist die ik van het conservatorium in Tilburg ken, vormde ik een duo waarin we mijn liedjes speelden. Hij had geregeld dat we een avond in 'Het Perron' speelden. Ik weet niet hoe Eefke den Held en Thijs Maas daar zijn beland, maar zij zaten in de zaal en na afloop vroeg Eefke of ik bij Het Nieuwe Lied wilde. Het was toen nog maar een klein clubje van vijf mensen".


Wat Jan hoopt te vinden bij Het Nieuwe Lied? "Ik heb nog altijd de droom een soloproject van de grond te krijgen", antwoordt hij. "Met mijn liedjes wil ik een keer een album en een solovoorstelling, of een concert maken. Dankzij HNL wordt deze wens in leven gehouden. Ik krijg er steeds weer de kans om dingen uit te proberen".


Bij 'Het Nieuwe Lied' hebben de meesten een theateropleiding gedaan. Voelt Jan zich een vreemde eend in de bijt? Jan: "Ja, soms wel. In een theater optreden vond ik in het begin best moeilijk". Waarom? "Omdat ik het publiek niet kon zien. Het is er donker. En je voelt dat iedereen een soort van theaterpersoonlijkheid heeft. Die had ik niet, in elk geval niet bewust. Dat was zeker in het begin zoeken, maar heb er nu wel mijn weg in gevonden om mezelf te kunnen zijn op het toneel. Ik vind dat HNL ook echt over de liedjes moet gaan. Wat dat betreft zou ik het heel leuk vinden om meer mensen met niet specifiek een theaterachtergrond erbij te krijgen, vanuit de popkant, de singer-songwriterskant". Jan vervolgt: "We zijn bij HNL heel verschillend. We zijn een warme club, afgunst heb ik er nooit gevoeld. Ik voel me niet bekeken, durf er dingen uit te proberen en me kwetsbaar op te stellen. Het is heel veilig en tegelijkertijd is het niveau zo hoog dat je denkt: ik moet wel met iets goeds komen. Dat is een fijne balans".


Heeft Jan als ervaren musicus een uitprobeerpodium nodig? "Zeker", antwoordt Jan. "Ik heb het vooral nodig voor mijn eigen werk. Niet per se voor de dingen die ik voor anderen schrijf. Ik vind het wel leuk om daar af en toe wat van te laten horen bij HNL, maar voor mijn eigen liedjes heb ik geen andere plek waar ik dat kan uitproberen. En waar ik ook mijn performance kan ontwikkelen. Ik doe dat ook wel in voorstellingen natuurlijk, maar dan is het altijd in het kader van iets anders. Bij Groenteman en Vrouw kan ik ook mijn ei goed kwijt, maar dat is toch niet hetzelfde als zelf liedjes vàn jezelf óver jezelf zingen. De droom die ik heb om die cd te maken en op het podium te staan, die kan ik alleen maar toetsen bij HNL".

 


Als ik doorvraag naar zijn soloproject, antwoordt Jan: "Mijn idee erover verandert steeds. Ik ben altijd bezig met een selectie: welke nummers zouden er op dat album moeten. Ik denk dat het daar toch mee begint. Het is een doorgaand proces. Ik weet zeker dat er een moment komt dat ik denk: Nu heb ik het, nu kan het". Wordt het een voorstelling met alleen liedjes? Jan: "Ja, ik denk dat het heel muzikaal wordt. Wat ik nu in mijn hoofd heb is dat ik vleugel en zang doe en dat ik er een heel mooi arrangement bij laat maken voor strijkers of blazers, een beetje klassiek. Daar heb ik dan wel een beetje hulp bij nodig. Ik heb wel arrangeerlessen gehad op het conservatorium maar als het echt heel mooi moet wil ik dat niet alleen doen". Heeft Jan al een tijdstip vastgesteld dat deze droom verwezenlijkt moet zijn? "Nog niet", is het antwoord. "Het plan wordt wel concreter en de drang wordt ook weer groter. Ik ben altijd aan het werk, heb altijd veel lopende projecten, dus ik moet op een gegeven moment vastleggen dat ik me hierop richt en het vervolgens organiseren. Maar dat is ook lastig, want ondertussen moet simpelweg ook de hypotheek betaald worden". Dan zegt Jan: "Voor mijn veertigste moet het gebeurd zijn".


Het coachen van jonge mensen is een nieuwe uitdaging voor Jan. "Dit jaar gaan Kiki en ik een afstudeervoorstelling maken en regisseren in Arnhem, voor de muziektheateropleiding aan 'ArtEz Hogeschool voor de kunsten'. We gaan op onze 'Groenteman en vrouw-manier' werken. Ik vind het heel leuk om dit een keer te doen. Ik heb vroeger wel pianoles gegeven voordat ik het theatertraject inrolde. Ik was toen nog heel jong, net klaar met school en heel ambitieus. Ik moest werken, wat natuurlijk prima is. Ik had een kind en daarna een tweede. Ik herinner me dat ik toen dacht: Heb ik hiervoor zes jaar een opleiding gedaan? Verplicht les geven aan kinderen die daar niet altijd zo veel zin in hadden, dat vond ik niet zo leuk. Ik zou dat nu misschien wel beter kunnen, maar toen was ik daar nog niet klaar voor. Het project dat we nu gaan doen met studenten vind ik fantastisch".


Komende zomer is Jan Groenteman op de Parade te vinden met de groep 'Hear'. "Daarin speel ik met Alex Klaasen, Henry van Loon en mijn broertje Keez. Die band bestaat al héél lang", zegt Jan. Dan lacht hij: "Nee hoor! We geven een 'best of'- concert, met zogenaamde 'gouwe ouwe' die Keez en ik nu druk aan het schrijven zijn”. Dan zegt hij: "Ik ben benieuwd deze zomer, ik heb er veel zin in. Met Kiki ga ik op theaterfestival 'Boulevard' in Den Bosch onze voorstelling 'Op zoek naar Jamilla' spelen.


Hoe gaat Jan om met het grote aanbod dat er aan artiesten is? Jan: "Het klopt dat er heel veel mensen zijn die in het vak zitten. Maar wat ik doe is vrij specifiek: ik maak èn muziek èn liedteksten en speel zelf ook vaak mee met de voorstellingen. Ik heb inmiddels een netwerk van gezelschappen waar ik wel eens wat voor heb gedaan en die mij kennen. Dat is door de jaren gegroeid. Ik ben niet iemand die audities moet doen". Jan vervolgt: "Het is wel lastig dat ik nooit zekerheid heb, behalve dan met de projecten die ik zelf initieer zoals de voorstellingen van Groenteman en vrouw. Daarbij heb ik van start tot finish de controle. Bij de meeste andere projecten is het toch gewoon hopen dat je gevraagd wordt. En zorgen dat je genoeg verdient en aan de slag kan blijven. Het blijft altijd spannend. Het is een onzeker bestaan, maar ik zit er nu zo lang in dat het een deel van mijn leven is geworden. Als ik even geen werk heb ben ik niet meteen in paniek". Komt hier Jans optimistische aard weer goed van pas? Jan: "Ja, absoluut!"

 


Voor wie zou Jan heel graag nog eens een lied willen schrijven? "Ik ben bezig met iets voor Dré Hazes, de zoon vàn. Als dat zou lukken, zou dat wel bijzonder zijn omdat zijn vader in mijn jeugd mijn grote held was", vertelt Jan. "En verder wil ik gewoon graag voor mezelf schrijven".


Hoopt Jan Groenteman dat zijn naam als uitvoerend artiest ook bekend wordt? "Dat lijkt me wel mooi", antwoordt hij. "Veel liedjes die ik heel erg de moeite waard vind kunnen door niemand anders gezongen worden omdat ze te persoonlijk zijn. En het is leuk als alles kan worden uitgevoerd zoals ik dat wil. Dat er niet ergens een producer zit die denkt: daar moet een extra galmpje op, of daar moet een extra gitaartje bij”.


Gaat Jan misschien de carnavalskraker van 2016 schrijven? Jan: "Dat lijkt me wel leuk. Ik heb een aantal jaren voor een grote platenmaatschappij gewerkt als songwriter maar ik merkte dat ik daar niet zo gelukkig van werd. Dan krijg je alleen maar opdrachten als: schrijf zo’n soort nummer voor die artiest, het moet een beetje hierop lijken. Dan wordt het wel heel commercieel. Het moet bij mij bij het idee beginnen en niet bij de uitkomst". Jan is dus geen commercieel artiest? "Nee, zo wil ik mijzelf niet noemen. Hoewel ik natuurlijk wel graag in opdracht schrijf, ook voor anderen. Maar dan wil ik dat wel doen vanuit een oprecht gevoel. Vanuit iets dat intuïtief klopt. Ik kan wel hitgevoelige dingen schrijven maar niet vanuit een vooropgezet plan om hitgevoelige dingen te schrijven".


Hoopt Jan dat zijn kinderen in zijn voetsporen treden? "Bij Anton zie ik al heel duidelijk dat hij heel erg van muziek houdt. Maar hopen dat ze de muziek ingaan: nee, niet per se. Het klinkt als een cliché maar ik vind dat ze moeten doen waar ze gelukkig van worden. Dat hebben mijn ouders ook altijd tegen ons gezegd. Andere ouders vroegen wel eens aan ze: Willen ze de muziek in? Is daar wel brood in te verdienen? Maar mijn ouders zeiden dan: Dat zien we later wel". Jan vervolgt: "Ik zou het ook prima vinden als ze een totaal ander beroep kiezen. In dit vak is het toch ook vechten, je wordt altijd beoordeeld. Je moet je steeds vergelijken met anderen, je wordt iedere keer afgerekend. Mensen vinden altijd iets van wat je maakt". Heeft Jan daar daar stress van? Jan denkt na: "Soms wel, ja. Het kan heel spannend zijn als je iets nieuws hebt gemaakt waar je heel erg in gelooft. Of iets waar je juist heel erg aan twijfelt, want dat komt ook vaak genoeg voor. Er is altijd een mening achteraf". Doet een negatieve mening pijn? Jan: "Ja, dat raakt me altijd. Ik ben daar wel gevoelig voor. Ik geloof mensen nooit zo heel erg als ze zeggen: dat doet me allemaal helemaal niks. In mijn geval is het in elk geval zo dat negatieve opmerkingen tien keer langer blijven hangen dan positieve. Daar moet je mee leren omgaan". Dan lacht hij: "Misschien is dat wat er nog over is van het niet tegen mijn verlies kunnen op het voetbalveld".

 

22 juni 2015

Jan Teertstra: Trillend hout

'Onze jonge hond' wordt hij door zijn vrienden bij Het Nieuwe Lied genoemd en die benaming past in alle opzichten goed bij hem. Onder een krullende kuif door blikt het jongste lid van het collectief jeugdig en onbevangen de wereld in. Toch is hij serieus en daarnaast zelfverzekerd en een tikje ijdel. Hij is zich goed bewust van zijn talent en werkt gestaag aan zijn ontwikkeling en carrière. Als bassist van Laura Jansen, Sunday Sun, Orgel Vreten en Paulusma èn als student Taal - en Letterkunde timmert hij keihard aan de weg.
Lees verder..

15 mei 2015

Maarten Ebbers: "Nog niet zoveel macht over het stuur"

Twijfel is zijn handelsmerk. Met jongensachtige ernst -of vrolijkheid- zet hij graag zijn publiek op het verkeerde been. In een persoonlijk gesprek bekijkt hij zijn eigen beweringen al vanuit minstens één ander invalshoek, nog voor hij zijn zin goed en wel heeft afgemaakt. Beroepstwijfelaar Maarten Ebbers heeft twee solovoorstellingen: 'Laat mij maar zitten' en 'Laat mij maar voorop' achter zich, speelt en zingt bij 'Fauvist' en Het Nieuwe Lied en acteert in jeugdvoorstellingen, waarvan 'Oorlogsgeheimen' de meest recente is. Hij is ontwapenend, zachtaardig en grappig. In 2009 won hij het Leids Cabaretfestival, maar is verre van zelfverzekerd. Hij houdt er niet van zichzelf te verkopen. Liever noemt hij wat hij niet kan en waar hij onzeker over is.
Lees verder..

Webworks by TLN Webdesign